top of page

THE COAST TO COAST WALK

Van 13 mei tot 3 juni 2012 heb ik -samen met dochter Annette- de 307 km lange Coast to Coast Walk in Engeland gewandeld.


A MARI USQUE MARE

( van zee tot zee )

De Coast to Coast Walk, oorspronkelijk ontwikkeld door de legendarische Alfred Wainwright, is een van de meest populaire Britse lange-afstand wandelroutes. De 307 km lange wandelroute start in St. Bees aan de Cumbrian Coast en eindigt in Robin Hood's Bay aan de Noordzee. De route loopt door drie prachtige Britse nationale parken: The Lake District, The Yorkshire Dales en The North York Moors.

Reisgids

De wandelroute is beschreven in de reisgids:




The Coast to Coast Walk

- From Irish Sea to North Sea across three National Parks -

Aanvullende  Informatie

The Coast to Coast Walk

Martin Wainwright

Arum Press, Londen

Wandelroute

- klik op de kaart voor weergave in Google Maps Viewer -

Wandelschema

Datum

14 mei

15 mei

16 mei

17 mei

18 mei

19 mei

20 mei

21 mei

22 mei

23 mei

24 mei

25 mei

26 mei

27 mei

28 mei

29 mei

30 mei

31 mei

01 juni

02 juni

Van

St. Bees

Cleator

Ennerdale Bridge

Black Sail hut

Rosthwaite

Grasmere

Rustdag

Patterdale

Haweswater

Shap

Orton

Kirkby Stephen

Keld

Reeth

Richmond

Danby Wisk

Osmotherley

Round Hill

The Lion Inn

Littlebeck

Naar

Cleator

Ennerdale Bridge

Black Sail Hut

Rosthwaite

Grasmere

Patterdale

-

Haweswater

Shap

Orton

Kirkby Stephen

Keld

Reeth

Richmond

Danby Wisk

Osmotherley

Round Hill

The Lion Inn

Littlebeck

Robin Hood's Bay

Afstand

15,4 km

08,3 km

14,5 km

09,1 km

15,7 km

14,3 km

-

13,4 km

13,6 km

12,3 km

20,7 km

18,4 km

18,9 km

18,3 km

20,0 km

18,7 km

23,2 km

11,1 km

30,9 km

20,4 km

Zwaarte

● ● ○ ○ ○

● ● ○ ○ ○

● ● ● ○ ○

● ● ● ● ○

● ● ● ● ○

● ● ● ● ○

-

● ● ● ● ○

● ● ● ○ ○

● ● ● ○ ○

● ● ● ○ ○

● ● ● ● ●

● ● ● ○ ○

● ● ● ○ ○

● ● ● ○ ○

● ● ○ ○ ○

● ● ● ● ○

● ● ○ ○ ○

● ● ○ ○ ○

● ● ○ ○ ○

Hoogteprofiel

- Hoogteprofiel van The Coast to Coast Walk -

Reisverslag

Voorbereiding

Het idee is om van 's Hertogenbosch naar huis te lopen. Met minimaal 20 km per dag moet dit in 3 tot 4 dagen te doen zijn. We gaan (een deel van) het Peellandpad lopen; een wandelpad van ongeveer 160 km dat van Den Bosch (door de Peel) naar Roermond loopt. De eerste dag wandelen we ca. 24 km met de volle bepakking (10 á 11 kg). 's Avonds slapen we in onze nieuwe ultralight tentjes. Annette heeft een Vaudé Power Tokee van (slechts) 860 gram aangeschaft, terwijl ik een Vaudé Power Lizzard van 1050 gram meedraag. De tweede dag hebben we allbei toch wel wat stramme spiertjes. Desondanks kiezen we ervoor om toch te gaan lopen. We kiezen bewust een kortere loopafstand en na 13 km stoppen we op de camping in Zeeland. Het is nog best koud zo vroeg in het voorjaar. Er staat de hele dag een straffe wind en we moeten ons echt warm aankleden voor de nacht. Dan zakt de temperatuur tot tegen het vriespunt. Als we opstaan voelen we onze spieren weer. Maar...we gaan ervoor! We willen weten wat we kunnen. Na 20 km stoppen we in Venhorst. Bij de berekening (van de lengte van het GPS-track) is iets fout gegaan: de totale afstand van Den Bosch naar Liessel blijkt toch ietsje meer te zijn. Dus... ondanks een eventuele extra vierde wandeldag (dinsdag) gaan we dat niet redden. Na 57 km in 3 dagen keren we weer huiswaarts. Toch mooi: op 3 km na exact de afstand die we vooraf gepland hadden.

13 mei   |   De dag van vertrek

We vertrekken 's ochtens om 07.00 uur naar Vliegveld Weeze. Om 09.50 uur stijgen we daar op om naar Edinburgh te vliegen. Vandaar treinen we naar Whitehaven; daar nemen we de taxi naar St. Bees; de startplaats van de Coast to Coast Walk. Net voor de regen hebben we onze tentjes opgeslagen op camping Seaview Park. Dan lopen we naar het dorp om een stukje te gaan eten. We genieten in Manor House van een heerlijke maaltijd. Om ca. 21.00 uur lopen we - door de stromende regen - terug naar de camping. Drijfnat komen we aan en drogen onze sokken onder een 'electronic dryer' op het toilet. Zo... de eerste Engelse regenbui is binnen.

14 mei   |   St. Bees - Cleator

- St. Bees Lighthouse -

Onze eerste wandeldag. 's Morgens ontbijten we in een soort strandtent. Een full English breakfast: eggs, sausage, bacon, beans, hashbrown, tomato and mushrooms. We hebben de eerste route van 24 km (volgens de reisgids) gesplitst. Tijdens de voorbereidingen zijn we toch wel wat te fanatiek van start gegaan, dus willen we bewust wat rustiger beginnen. De planning is om vandaag 15 km te wandelen. We maken nog enkele foto's en vertrekken. Het gedeelte langs de kust is erg mooi. Via een schitterend rotspad met veel stijging en daling bereiken we St. Bees Lighthouse. Daar is een boer net zijn koeien aan het ver-weiden. We maken een praatje en als we vertellen dat we nog een kampeerplaats is Cleator zoeken, wijst hij ons op de mogelijkheid om er op het lokale cricketveld te overnachten. 

Via een afgraving komen we in Sandwith en lopen door naar Moor Row, waar we op een klein terrasje een blikje cola drinken. Na 10 minuten wandelen zien we links een speelveld liggen. Ja... dat moet het cricketveld zijn. In de kantine hebben ouders een kinderfeestje. Toevallig is ook de voorzitter, Tony Stones, aanwezig. Hij geeft ons ruimhartig toestemming op zijn veld te kamperen en biedt ons een kop thee aan. Even later komt hij aanlopen met een dienblad: een theepot, een kan melk, een suikerpot, twee koppen met schotels en........... een schaaltje overheerlijke koekjes. We bedanken hem hartelijk en 'storten' een kleine vrijwillige bijdrage in de clubkas. Daarna lopen we -op voorspraak van Mr. Stones- naar The Brooks Inn om te gaan eten.

15 mei   |   Cleator - Ennerdale Bridge

- vergezicht vanaf Dent over de Irish Sea  -

's Morgens zijn we betrekkelijk vroeg uit de veren. Het is droog en we lopen -zonder ontbijt- via Blackhow Bridge omhoog naar Dent. Zo heet de eerste heuvel (van 352 meter) waar we overheen moeten. Het opgaande pad is erg modderig en we moeten regelmatig door de ietwat drogere bosrand om droge voeten te houden. De afdaling is stijl; erg stijl. We hebben medelijden met de wandelaars die de route van Oost naar West lopen; die moeten hier tegenop ! Het uitzicht is prachtig en als we omkijken zien we in de verte de Irish Sea. Daar zou ook het eiland Man moeten liggen, maar het is te heiïg om dat te kunnen zien. Na de afdaling gaat het pad over in een grindpad. Via dit grindpad -dat wat later overgaat in verharde weg- bereiken we The Fox and Hounds in Ennerdale Bridge. 

Een enthousiaste beheerder -de pub is eigendom van de Gemeente- ontvangt ons. Hier mogen we onze tentjes in de "beergarden" neerzetten en.....we mogen zijn privé badkamer gebruiken om ons op te frissen. Een uur later lig ik lekker te ontspannen in een heerlijk warm bad !

16 mei   |   Ennerdale Bridge - Black Sail Hut

- Black Sail Hut -

Direct na vertrek lopen we even het kerkje van Ennerdale Bridge binnen. Eigenlijk niks aparts maar toch...op een of andere manier heeft een klein kerkje altijd een bijzondere aantrekkingskracht. Binnen treffen we een wandkleed met een toepasselijke tekst aan: "I wandered lonely as a cloud, that floats on high o'er vales and hills" We maken een foto en lopen over de brug naar Ennerdale Water: een prachtig blauw meer met een rotsachtig wandelpad langszij. Halverwege stoppen we om even plaats te nemen op Robin Hood's Chair; een kleine vooruitgestoken landpunt met een rots in de vorm van een stoel. Na een stevige klimpartij over de vele rotsblokken lopen we via een weiland naar een smalle voetbrug over de River Liza. 

De naam is afkomstig van de IJslandse rivier Lysá (= het heldere water). We vervolgen het lange grindpad door Ennerdale Forest; rechts van ons kabbelt River Liza. Plotseling wordt onze aandacht getrokken door twee overstekende reeën, die verderop even naar ons blijven staan kijken. Wij kijken graag terug. Even later gaan we ieder ons weegs. Een stukje verderop passeren we Gillerthwaite Youth Hostel. Een eenvoudig bord bij de ingang nodigt ons uit voor thee. Binnen is niemand aanwezig. Dit betekent: zelfbediening met een 'honesty pot'. We zetten een kop thee, doen een duit in de honesty pot en rusten even uit. Daarna vervolgen we ons pad en bereiken ongeveer een uur later Black Sail Hut. Dit nu is echt een plaats waar de mens zijn dominantie over de natuur volledig heeft losgelaten. En terecht !! De hut staat op 300 meter hoogte absoluut solitair in een wild, ruig, uitgestrekt landschap en wordt enkel en alleen gadegeslagen door de machtige bergtoppen Great Gable, Green Gable en Brandreth. We vragen of we mogen kamperen. De vriendelijke host geeft aan dat hij dit niet mag toestaan, maar wijst ons in dezelfde zin op de mogelijkheid om een stukje verderop op een vlak postzegelveldje langs de rivier wild te kamperen. We kunnen dan natuurlijk wel in zijn berghut de avondmaaltijd en het ontbijt gebruiken. Bij pakweg windkracht zes zetten we -onder toeziend oog van beiden Gables- onze nietige tentjes op. In de berghut ontmoeten we Engelsman David en een Amerikaanse echtpaar. Even later sluiten hierbij twee reporters (Carey Davis & .... ) van het gevestigde Engelse hillwalking & backpacking magazine TGO (The Great Outdoors) aan. Zij schrijven een artikel over backpacken in The Lake District. Na een eenvoudige maar heerlijke maaltijd keuvelen we gezamenlijk nog even na. Carey vraagt of we na afloop van onze C2C-walk een mooie foto willen opsturen; hij zal dan proberen om deze gepubliceerd te krijgen in TGO. Grappig.....zo heb je nog nooit een lange afstandswandeling gelopen en zo sta je als prominent backpacker in TGO. Eerst maar eens even afwachten hoe e.e.a verder gaat.

17 mei   |   Black Sail Hut - Rosthwaite

- English walls -

In de stromende regen breken we onze tentjes op. In de Black Sail Hut krijgen we een stevig ontbijt uitgeserveerd en na afscheid genomen te hebben van David en Carey beklimmen we de uitdagende flanken van Bandreth en Grey Knotts. Het hoogste punt van vandaag ligt op 600 meter. Dit is exact het punt waar het ons klauterpad samenkomt met "Moses' Trod", een legendarische smokkelroute. Vanaf hier dalen we -via een ontmantelde tramweg- af naar Honister Pass. We bezoeken de Honister Slate (= leisteen) Mine; in principe om even uit te rusten, maar vooral ook....om op te drogen. 

Na een kopje koffie laten we de groeve voor wat ie is en zetten koers op Rosthwaite. Via Seatoller -een plaatsje van 6 á 7 huizen- bereiken we het pad boven de River Derwent. Een stukje verderop wordt het nog lastig. Het pad sluit ons op tussen de rivier en een steile, glibberige rots waar we dwars overheen moeten. Gelukkig hangt er (om veiligheidredenen) een ketting waar we ons aan vast kunnen houden. Desondanks blijft het link en de natte, met mos begroeide rots geeft zich niet gemakkelijk gewonnen. Een stukje verder ligt Longthwaite Youth Hostel. Deze jeugdherberg heeft een eigen campsite waar we onze tentjes op mogen zetten. De herberg is erg luxe uitgevoerd en heeft zelfs een eigen droogkamer. Hier hangen we onze natte spulletjes uit en met dit gegeven doen we ook snel even een wasje. Buiten zien we de eerste red squirrel (rode eekhoon). Deze is hier vrij zeldzaam omdat ze uit hun leefgebied worden verjaagd door de grey squirrel. Ook ontmoeten we David weer. Hij heeft twee dagen geleden zijn tent op de camping opgslagen om 'even' een uitstapje te maken naar Black Sail Hut. Morgen vertrekt hij weer naar zijn woonboot in Londen. Sejant detail: op de leesplank ligt een TGO met Carey op de cover.

18 mei   |   Rosthwaite - Grasmere

- Packhorse brigde on River Derwent at Longtwaite -

De eerste kilometers lopen we langs de Stonethwaite Beck. Dan, bij Stonthwaithe Fell (een grote waterval) volgt een stevige klim van ruim 4 kilometer via de imposante Lining Crag naar de op 600 meter gelegen Greenup Edge. Hier is het echt klauteren geblazen. Er is niet echt sprake van een pad; de bodem bestaat uit enkel grote rotsblokken, die we als staptegels gebruiken. 

Tijdens de klim halen we een groep Amerikaanse ouderen in, die aan ons vragen of dit wel echt de goede wandelweg is? We lopen met GPS en, nadat we de term al een paar keer eerder als grap gebruikt hebben, wordt hier de gevleugelde uitspraak: "Just follow the blue line" voor eeuwig verankerd. We bedoelen hiermee het blauwe GPS-track op onze Garmin. Eén van de oudjes vraagt begrijpelijkerwijs: "Which blue line?" Via Calf Crag (537m), Gibson Knott (422 m) en Helm Crag (405 m) bereiken we de definitieve afdaling. In de verte zien we Grasmere Lake liggen. Aangezien Grasmere niet over een camping beschikt moeten we hier wildkamperen. Inmiddels is ons genoegzam bekend dat jeugdherbergen zonder kampeergelegenheid "kamperen in de achtertuin" principieel niet toestaan. David heeft ons, tijdens een van de vele gesprekken die we met hem hebben gevoerd, gewezen op een mooi plekje tegenover jeugdherberg Butherlype Howe. Zijn beschrijving van de locatie klopt excact. We kiezen ervoor om eerst Grasmere aan te doen en om hier pas in de schemering onze tentjes op te zetten. We drinken c.q. rusten uit in The Lamb Inn en rond zeven uur bestellen we hier een maaltijd. Om pakweg half negen zetten we -bij stevige wind- onze tentjes op en kruipen erin. Eerst nog wat lezen in de reisgids, dan de gemaakte foto's bekijken, nog even een sudoku invullen en daarna, eigenlijk nog veel te vroeg, slapen.

19 mei   |   Grasmere - Patterdale

- Grasedale House -

Bij het ontwaken regent het en er staat (nog steeds) een stevige wind. We zijn van plan om vandaag een rustdag te nemen aangezien we nieuwe wandelschoenen voor Annette willen kopen. Dit kan alleen in de grotere plaatsen en Grasmere is er de enige van. Oftwel: als we ze hier niet kopen kan dat later op de route zeker niet meer. Omdat we wildkamperen breken we op en gaan onopgefrist en met volledige bepakking op zoek naar koffie. Die vinden we in een keurige snackbar. Hier nemen we ook ons ontbijt en op het invaliden-toilet frissen we ons op. Daarna kopen we schoenen en al met al hebben we om half twee 's middags Grasmere eigenlijk wel gezien. We besluiten om vandaag al de etappe naar Patterdale te doen. 

We verlaten het pittoreske Grasmere en even later gaat het alweer stevig bergop. Na 5,5 km staan we op de 600 meter hoge pas van Grisedale House met een spectaculair uitzicht op Grisedale Tarn, een middelgroot, prachtig blauw meer. Ik wil een panorama foto maken, maar de straffe, ijzige wind staat het benodigde gefriemel met de fotocamara niet toe. Hierna gaat het (gedeeltelijk langs Grisedale Beck) tot Patterdale bergafwaarts. Na een half uurtje bereiken we Ruthwaite Lodge, een ter ere van twee omgekomen bergbeklimmers gerestaureerde berghut. De vergezichten blijven prachtig. Als we in Patterdale aankomen staat er een grote tent. Die avond vindt er een bierfeest plaats. Grappig, er staat geen tapkraan met een vat op druk. Nee, er liggen gewoon biervaten met verschillende soorten ale opgestapeld en de kraan is er eenvoudigweg ingeslagen. Keuze genoeg. Hier vragen we de weg naar één van de twee campings van Patterdale. We worden doorverwezen naar Side Farm. Dit blijkt een wel erg eenvoudige camping te zijn: een grasveld met een stenen toiletgebouwtje. Twee urinoirs, twee toiletten, een douche. Dit alles zonder vloerafwerking en onbetegelde wanden. Een klein functioneel zitbankje maakt de zaak compleet. Maar... het uitzicht is gewoonweg schitterend. De zon schijnt inmiddels en vanuit onze tentjes op hoogte kijken we uit over het marineblauwe meer: Ullswater. 's avonds wandelen we terug naar Patterdale (de camping ligt 1,5 á 2 km van het dorpje verwijderd) om in de White Lion Inn te eten.

20 mei   |   Rustdag

Dit nu is een prachtige omgeving om een dagje te blijven !

 - Uitzicht vanaf de camping in Patterdale op Ullswater -

21 mei   |   Patterdale - Haweswater

- Goldrill Beck -

Al weer snel na de de start ligt het stijgingspercentage op 26%. Met een rugzak van ca. 12 kg is dat niet echt een pretje, maar dit ongemak wordt absoluut gecompenseerd door het schitterende weer en de prachtige vergezichten. We wandelen via de pas van Boredale House (op 350 m) naar Angletarn Pikes (500 m) met het machtige uitzicht op Brothers Water. We klimmen door naar Angle Tarn, een strak, blauw meer met twee eilandjes. We klauteren samen omhoog naar Rest Dodd (op 680 m). We bereiken The Knott (op 775 m) en even later staan we op het hoogste punt van de C2C-walk: Kidsty Pike op 800 meter! Dit met wederom een spectaculair uitzicht. Vanaf hier zien we Hayeswater op onze rechterhand en (een gedeelte van) Haweswater op onze linkerhand. Hier laten we ons graag samen fotograferen door een collega C2C-walker. Dan gaat het weer naar beneden; steil naar beneden. We bereiken de oever van Haweswater, een stuwmeer waarvan de controversiële bouw in 1929 is gestart; dit om Manchester en omgeving van drinkwater te voorzien. Alhoewel de betrekkelijk zware wandeling vlot en goed verlopen is, is ruim 13 km doorlopen naar de eerstvolgende camping geen optie. 

Volgens planning moeten we dus hier ergens 'wildparkeren' zoals Annette placht te zeggen. We vinden een mooi vlak stukje in de nabijheid van "the knoll (= terp) with the well-sited stone seat". Ook hier weer hebben we "a marvelous view" over het stuwmeer. Een zakje pinda's en een snickers doen dienst als avondeten en ook deze keer liggen we er weer vroeg in.Dan gaat het weer naar beneden; steil naar beneden. We bereiken de oever van Haweswater, een stuwmeer waarvan de controversiele bouw in 1929 is gestart; dit om Manchester en omgeving van drinkwater te voorzien. Alhoewel de betrekkelijk zware wandeling vlot en goed verlopen is, is ruim 13 km doorlopen naar de eerstvolgende camping geen optie. Volgens planning moeten we dus hier ergens 'wildparkeren' zoals Annette placht te zeggen. We vinden een mooi vlak stukje in de nabijheid van "the knoll (= terp) with the well-sited stone seat". Ook hier weer hebben we "a marvelous view" over het stuwmeer. Een zakje pinda's en een snickers doen dienst als avondeten en ook deze keer liggen we er weer vroeg in.

 - Panoramic view on Angle Tarn -

22 mei   |   Haweswater - Shap

Het weer is nog steeds schitterend: zonnig, (nog) niet te heet en nagenoeg geen wind. Onder deze omstandigheden lopen we het rotspad langs Haweswater af. Na ongeveer een uurtje wandelen zien we de stuwdam bij Burnbanks liggen. De berghellingen kleuren prachtig geel a.g.v. de vele bloeiende Gorse-struiken (Gaspeldoorn; lijkt een beetje op brem) tegen de strakke, onbewolkte, blauwe hemel. In Burnbanks willen we ontbijten en ons een beetje opfrissen. Dit gaat echter niet lukken. Burnbanks is eigenlijk geen plaatsje. Het blijkt slechts een verzameling van pakweg 20 tot luxe vakantiewoningen omgebouwde arbeiderswoningen. Geen kerkje, geen bakker, geen slager, niets van dat alles. En ... dus ook geen pub waar we een lekker gekookt eitje kunnen tikken. 

Dit betekent dat we zonder ontbijt door moeten naar Shap. We passeren Naddle Bridge, een dubbele boogbrug over Haweswater Beck. Eén boog voor de 'nieuwe' 3,5 meter brede brug uit 1930 en eentje voor de 1,50 meter brede middeleeuwse 'packhorse bridge'; een smalle brug zonder leuningen, zodat een paard (of ezel) met brede zij-bepakking er altijd overheen kan. We vervolgen ons pad langs de idyllische beek met mos begroeide rotsen, gele bloemen en hier en daar een watervalletje. Via de weilanden met de inmiddels overbekende 'kissing-gates' (klaphekjes die een voetganger toegang tot een weiland verschaffen, zonder dat daar het grazende vee doorheen kan) en de heide van Rosgiill Moor, bereiken we Rosgill Bridge. Nadat Annette hier de voeten even (lees: héél eventjes, omdat het water ijs- en ijskoud is) in het water heeft gestoken, lopen we door naar de restanten van Shap Abbey; een abdij gesticht tegen het einde van de 12e eeuw, die onderdak bood aan de White Canons, onderdeel van de Orde der Norbertijnen. Een stukje verderop ligt Shap. We melden ons bij The Bulls Head Inn, we nemen een tuna-sandwich als verlaat ontbijt en slaan onze tentjes op in de beergarden. De zon staat nog stevig te schijnen, dus doen we ook hier weer de was. Op het terras zitten twee Engelse dames: Debby en Karen. Ook zij doen -net als wij- de C2C-walk met rugzak en tentje. Maar zij rusten hier slechts even uit; zij willen nog graag een stukje doorlopen om op de volgende camping te overnachten. Hun rugzakken lijken wel een stukje groter (lees: zwaarder) dan die van ons. Desgevraagd geeft Karen aan dat ze eigenlijk ook veel te veel meezeulen; dit met als gevolg dat ze de hele trektocht als behoorlijk zwaar ervaren. Dit blijkt ook uit de vele blaren die ze opgelopen hebben. Na het avondeten liggen we er ook hier weer vroeg in.

23 mei   |   Shap - Orton

-  Erratic op Crosby Ravensworth - 

In de vroege ochtend staat de zon alweer volop te schijnen. We wandelen Shap uit, de spoorweg over en weilanden in. In de verte verwaaien de rookpluimen van de cementfabriek. Een fabriek met een geweldige omvang die daardoor nadrukkelijk de aandacht trekt maar eigenlijk het landschap ontsiert. Met een smalle voetgangersbrug steken we autosnelweg M6 over; de auto's razen onder ons door. Een stukje verderop lopen we langs Hardendale Quarry, een grote leisteen groeve en even later staan we ietwat 'off-route' de Oddendale Stonecircle te bewonderen. 

Hier ontmoeten we Rob en Eric; twee Amerikaanse broers. Met hun beider (net iets te grote bril) lijken ze sprekend op ... ja, hoe heet dat zangduo nou ook al weer? Omdat ze elkaar slechts zelden zien -Rob woont met zijn vrouw in Amerika, terwijl Eric voor zijn werk bij Air Liquide al ettelijke jaren in Parijs woont- hebben ze besloten om een keertje voor langere tijd samen op te trekken. De keuze is hierbij op The Coast to Coast Walk gevallen. Ze doen dit met 'bagage-transfer' via Sherpavan, dus die gasten lopen er betrekkekijk ontspannen bij. Wel moeten ze hierdoor elke dag de afgesproken dagafstand ook echt overbruggen. Vanaf hier lopen we samen al keuvelend over allerlei wereldse zaken verder naar Orton. We passeren een 'erratic'; een groot losliggend granieten rotsblok, dat hier door stuwing in de ijstijd is neergelegd. Even later wandelen we in "Limestone Country"; het leisteenplateau ligt hier aan de oppervlakte en ons wandelpad voert hier dwars doorheen. In de buurt schijnt ook het graf van Robin Hood te liggen. Aangezien dit een stukje van de route af is, laten we deze legende voor wat ie is. We passeren een 'lime kiln', een uit leinsteen opgetokken droogschuurtje voor het graan. Uiteindelijk bereiken we gevieren Orton en zijgen neer op het terras van het George Hotel. Als we vragen waar de dichtstbijzijnde camping is, biedt de charmante eigenaresse ons "an offer you can't refuse": zij zal rond 18.00 uur het terras bestaande uit drie picknicktafels ontruimen, zodat wij hier dan -tegen laagtarief- onze tentjes op kunnen slaan. Inderdaad: "We can't refuse". Rob en Eric lopen door naar hun hotel en wij slenteren even later door Orton. We bezoeken de chocoladefabriek (eigenlijk gewoon een winkeltje) en het kerkje. Omstreeks 18.30 uur -er zitten nog steeds gasten op het terras- zetten we de tentjes op. 's Avonds eten (en drinken) we in het George Hotel. Nadat we hier ook ons ontbijtje voor de volgende ochtend gereserveerd hebben duiken we erin.

24 mei   |   Orton - Kirkby Stephen

- Smardale Bridge over Scandell Beck -

Nadat we onze tentjes opgebroken en ons ontbijt verorberd hebben, vertrekken we richting Kirkby Stephen. Ondanks het feit dat het een 'opgknipte' etappe uit het routeboekje betreft, hebben we nog altijd ruim 20 km voor de boeg; de langste dagafstand tot nu toe. Direct na de start maken we de eerste foto: Gamelands Stone Circle wordt digitaal opgeslagen. Het weer is goed en het belooft -wat later ook zal blijken- een lange, hete en vermoeiende wandeldag te worden. Een extra waterfles moet hier weerstand tegen bieden. Een stukje verderop ruilen we de groene schapenweides in voor de oker-kleurige heidevelden van Tarn Moor. 

Even later kijken we uit over Sunbiggin Tarn, een verfrissend, diepblauw meer in de grijze, leistenen omgeving. De toegang tot (de rand van) het meer is door de bijzondere wetenschappelijke belangstelling verboden. Het wandelpad, bestaande uit een stevige vaste ondergrond bedekt met wat gras, loopt lekker makkelijk en voert ons door Ravenstonedale Moor. Zo bereiken we een "door Staatsbosbeheer aangelegd uitzichtpunt met halfronde zitbankjes"; althans ... dat denken we. Jammergenoeg blijkt dit slechts een fata morgana, want in werkelijkheid is het een grote, ronde, half-ondergrondse wateropslag van de Britse Waterleiding Maatschappij. Geen bankjes !! Toch hebben we geluk: we ontdekken, enigszins verdekt opgesteld, een heuse waterkraan. We verfrissen ons en vullen alle waterflesjes tot aan de rand toe bij. We lopen door en bestijgen Begin Hill (330 m). Na de afdaling (over een ontmantelde spoorweg) bereiken we Smardale Bridge (225 m) die Scandal Beck overspant. In de verte staat Smardalegill Viaduct, enig zichtbaar restant van de oude spoorweg. Hier ontmoeten we Debbie en Karen weer. Ze likken bijna letterlijk hun wonden (lees: blaren). Debbie geeft aan dat Karin om die reden inmiddels met het bagage-transfer-system van Sherpavan loopt. De consequentie hiervan was wel dat ze beiden meteen het routeschema voor de gehele C2C-walk moesten vastleggen. Debbie heeft nog een stevig stukje extra moeten lopen omdat ze haar drinkflesje onderweg vergeten was. Bij het ophalen had ze verrast vastgesteld dat het nu een stukje leger was dan toen ze het daar achterliet. Oftewel, zoals Rob later zei: "Ik zou pas verrast geweest zijn als het iets voller was geweest". Dan gaat het opnieuw gestaag bergop naar Smardale Fell (340 m). Via een spoortunneltje bereiken we uiteindelijk het centrum van Kirkby Stephen. Maar dan blijkt: camping Pennine View ligt ongeveer 2 km terug. Doodvermoeid komen we aan bij het Croglin Castle Hotel (tegenover de camping) waar we eerst een groot glas ijskoude Coca Cola drinken. In de avondzon zetten we onze tentjes op en na een lekkere douche lopen we terug naar het centrum. We eten in The Kings Arms en reserveren daar meteen ons ontbijt voor de volgende ochtend. Als we terugkomen op de camping zien we dat ook beide dames hun einddoel voor die dag hebben bereikt.

25 mei   |   Kirkby Stephen - Keld

Om 08.00 uur staan we voor de deur van The Kings Arms. Gesloten ! En de kok had ons nog wel persoonlijk verzekerd dat hij de deur om 08.00 zou ontsluiten. We wachten op een van de picknick banken voor het hotel. Even later horen we de grendel schuiven en de kok heet ons -met zijn welgemeende excuses voor het verslapen- van harte welkom. Na het ontbijt lopen we langs Kirkby Stephen Parish Church, lokaal bekend onder de naam 'The Cathedral of the Dales' het dorp uit. Middels Frank's Bridge steken we de River Eden over en even later wandelen we langs een afschuwelijk litteken in het prachtige landschap: Hartley Quarries, een grote leisteen groeve. De afgraving loopt vertikaal langs de weg naar beneden en er staan dan ook overal lomp-grote borden met de tekst "Danger - Beware of Blasting".

De weg loopt gestaag omhoog. Als we omkijken zien we achter de groene Eden-vallei de blauw-grijze heuvels van Lakeland liggen. Via Faraday Gill, genoemd naar de lokale familie Faraday (waarvan de pionier met elektriciteit Michael Faraday er één was) bereiken we op 662 meter hoogte Nine Standards Rigg. De top is genoemd naar de negen "cairns" (met de hand opgestapelde tassen leisteen) die hier staan. Het gerucht gaat dat deze hier in vroeger tijden zijn neergezet om als 'stenen leger' de Schotten te misleiden. Het uitzicht is geweldig en ondanks de straffe wind die hier waait is het in de luwte best aangenaam. Dus rusten we hier even uit om bij te komen van alle inspanningen. Daarna begint de afdaling. En.........we zijn gewaarschuwd. David heeft al in The Black Sail Hut aangegeven dat deze afdaling één van de soppigste is van het hele traject. De bodem bestaat hier uit een dikke laag verraderlijke, met heide begroeide, veengrond, die bij nat weer volledig doordrenkt raakt. Je gaat er dan tot aan je knieën doorheen. Het regenwater splitst zich hier namelijk op. Een deel stroomt westwaarts richting Ierse Zee en een deel stroomt oostwaarts richting Noordzee. Het grootste deel echter stroomt nergens naartoe en blijft hier staan. Sop...sop...sop. We hebben geluk. Afgelopen week is het erg zonnig geweest en.....veel belangrijker: er is geen druppel regen gevallen. Het valt hierdoor alleszins mee. Soms gaan we er dus 'slechts' tot aan ons enkels doorheen. Het blijft echter verraderlijk: plotseling zie je er een collega C2C-walker echt tot aan beiden knieën inzakken. Je schiet dan spontaan in de lach, maar gezien de schrik die betrokkene dan om de oren is geslagen houdt je die maar weer vlug in. De afdaling lijkt een weg naar nergens. Overal om je heen zie je tot aan de einder moerasland met heide. De route waarvan de richting slechts incidenteel wordt aangegeven door 'a pile of stones' buigt soms af, maar je weet niet waarom. Kilometers gaan zo onder je voeten door. Bij regenachtig of mistig weer kun je hier niet eens op de kaart lopen en om niet te verdwalen heb dan absoluut een kompas nodig. Totdat het 'pad' uitkomt op een grindweg. Dan is alles weer bij het oude. Je hebt weer vaste grond onder de voeten; er is weer een echt pad waardoor je de looprichting weer een beetje aanvoelt. Zo bereiken we Raven Seat, een pittoreske pleisterplaats bij een stenen brug over Whitsundale Beck. Hier staan picknickbankjes waar we overigens geen gebruik van maken omdat we een brugje eerder al een korte pauze hebben ingelast. De vallei van Whitsundale Beck is prachtig: een meanderende beek, grasgoene heuvelflanken, met mos begroeide stenen muurtjes, leistenen schuurtjes, grazende schapen met dartelende lammetjes en eenvoudige stenen 'packhorse' bruggetjes. Zo bereiken we Keld waar we op Campsite Park House -een soort boerderijcamping uitgebaat door een jong, enthousiast echtpaar- neerstrijken. 's Avonds eten we een keertje niet traditioneel Engels: gehaktballen in tomatensaus met rijst.

 - Nine Standards Rigg -

26 mei   |   Keld - Reeth

- Old Gang Mine -

Een facinerende camping eigenaar: net als het avonmaal komt hij -en dat doet ie bij alle gasten- het ontbijtje persoonlijk bij onze twee tentjes afleveren. Als we aangeven dat dit niet nodig was geweest, reageert hij met de opmerking "W're civilized people" en loopt grinnikend terug naar de keuken. Wat een service! Na het nuttigen hiervan verlaten we Keld en lopen in 2 kilometer naar 400 meter hoogte. Het uitzicht van Crackpot Hall, een ruïne van een boerderij uit het midden van de 18e eeuw, over de vallei van Kidston Gorge met de meanderende River Swale is echt een plaatje!

We klauteren verder tegen de rotsen omhoog en via Swinner Gill bereiken we na ongeveer 2,5 km -op 580 meter hoogte- de top van Gunnerside Gill. Het waait hier venijnig en om te voorkomen dat de wind mijn petje de diepte inblaast, steek ik het maar even in mijn broekzak. Dan dalen we zig-zag-gewijs af en bereiken (op ca. 330 meter hoogte) de kloosterachtige ruïnes van Blackwaite Mine. Met een plateau-brug steken we Gunnerside Beck over, die hier in de vorm van een waterval naar beneden stort. Dan is het wederom klimmen geblazen; op naar de 570 meter van Melbecks Moor. We passeren hier een oude, achtergelaten 'stone-breaker' en terwijl we een stukje verderop in de schaduw van Level House Bridge een appeltje oppeuzelen, worden we bijgehaald door mijn "zangduo": Rob en Eric. Ook hun nemen hier een 'short break'. We keuvelen lekker bij en even later wandelen we gevieren voorbij aan de restanten van Old Gang Lead Smelting Mill. Een vervallen fabriekje, een afgebrokkelde schoorsteen en een roestig stukje spoor herinneren aan vroeger tijden. Dan bereiken we Surrender Bridge, een brug vernoemd naar de hier gelegen Surrender Smelting Mill. Het pad voert verder over de flanken van Reeth Low Moor. De vele jonge konijntjes die hier rondhuppelen maken grote indruk op Eric: telkens als hij er eentje ziet maakt ie een foto. Zo bereiken we Reeth. We drinken samen nog een glas en spreken af om 's avonds samen te eten. Dan gaan op zoek naar de camping. Rondvragen leert ons dat we ongeveer 1 km het dorpje uit moeten lopen. De eigenaar van Orchard Caravan & Camping Park komt ons tegemoet en maakt Annette en mij wegwijs op zijn uitgestrekte camping. Nadat de tentjes weer overeind staan zien we Debbie en Karen lopen; ze maken beiden gebruik van een stacaravan. Na een verfrissende douche lopen we naar Reeth om samen met Rob en Eric een stukje te gaan eten. We ontmoeten elkaar in het hotel van de twee Amerikanen, drinken hier eerst een glas bier en vertrekken daarna naar The Black Bull. Tijdens het eten vertel ik hen van de vermeende gelijkenis en laat met mijn MP3-speler het (toepasselijke) nummer I'm On My Way horen van ....... "The Proclaimers" proesten ze beiden uit. Na het eten blijven we in de bar nog wat napraten. Hierna nemen we, voor de tweede keer, uitgebreid afscheid. We reserveren een ontbijt voor de volgende ochtend en lopen terug naar de camping.

27 mei   |   Reeth - Richmond

- Boterbloemen nabij Grinton -

Toeval bestaat niet! Het begrip 'tijd' is door onze schepper enkel en alleen geïntroduceerd om te voorkomen dat dingen op hetzelfde moment gebeuren. Ook Einstein had hier een uitgesproken mening over! En toch ... als we na het ontbijt The Black Bull verlaten zien we tegelijkertijd Rob en Eric de deur van het naastgelegen hotel achter zich dichttrekken. We vinden dit alle vier een schitterende uitzondering op de regel en gaan dus ook vandaag weer samen op pad. We verlaten Reeth via de brug over Arkle Beck en wandelen richting Grinton Bridge over The Swale waar we ons pad vervolgen met aan de linkerkant een uitgestrekt weidelandschap waarin oneindig veel boterbloemen de velden geel kleuren en aan de rechterkant River Swale. 

Onderweg zien we de resultaten van de Engelse kampioenschappen mollenvangen, althans dat is de verklaring die Rob er aan gaf. Aan het prikkeldraad hangen tientallen, soms wel bijna honderd gevangen mollen! Zo bereiken we Marrick Priory, een 12de eeuws Benedictijns nonnenklooster, totdat Hendrk VIII het in 1154 compleet verwoestte waardoor er slechts een ruïne van de toren overbleef. In 1960 is het geheel getransformeerd tot een outdoor opleidingscentrum. Hier betreden we Steps Wood, een klein stukje bos, waardoor we klimmend koers zetten naar Marrick. Het uit stepstones bestaande bospad, bekend onder de naam Nun's Causey, doet nog steeds wat het vroeger ook al deed: het klooster met het dorp verbinden. Het eerste wat we in Marrick tegenkomen is de Wesleyan Chappel uit 1878; de kapel is inmiddels particulier bewoond. Een stukje verderop staat St. Andrew's Church, een klein dorpskerkje uit 1858. Via Ellers Beck en Hollins Farm, met daaracher Hutton's Monument, een herinnering aan de vooraanstaande familie die hier lange tijd woonde, bereiken we Marske. Hier nemen we een korte rustpauze. We eten en drinken wat en richten daarna ons kompas op Richmond. Onderweg vertel ik Rob en Eric over mijn enthousiasme voor het wandel- en fietsnavigeren met de GPS. Ook vertel ik hun dat ik het aantal hoogtemetes van de hele C2C-walk opmeet. Desgevraagd laat ik een en ander zien en geef een korte demonstratie. Even later liggen we dubbel van het lachen. Er staat een onnodig, verlaten traphek (een hek van slechts één meter breed, met één enkele traptrede ervoor) en Eric kan het niet laten om hier demonstratief overheen te klimmen. Rob volgt zijn voorbeeld en na dit koddige gedoe staan beiden mij even later aan te moedigen hetzelfde te doen. Als ik hierop aangeef dat ik daar het nut niet echt van inzie, merkt Eric droogjes op: "But then you're gonna mis one of your hight-meters". Via Clapgate Beck lopen we langs Applegarth Scar: een ruige, steile bergrots van ongeveer 250 meter hoog. Diep beneden ons ligt in de verte River Swale. Zo bereiken we het pittoreske Richmond. Hier drinken we samen nog een groot glas koude Coca Cola en nemen nu definitief afscheid. Rob en Eric gaan naar hun hotel; wij lopen via Green Bridge, met een adembenemend uitzicht op Richmond Castle, nog enkele kilometers door naar Colburn, waar we op het gazon van The Hildyard Inn onze tenjes opslaan. De herberg is eigenlijk voor een belangrijk deel van de tijd gesloten, omdat de uitbaters inmiddels gepensioneerd zijn. Maar toen we vooraf in Richmond even gebeld hadden -je weet maar nooit- bleek hun zoon meer dan graag bereid tuin en pub even voor ons te ontsluiten. Even later bereiken ook Debbie en Karen The Hildyard Inn. Zij rusten slechts even uit; ze blijven hier niet overnachten omdat ze (als gevolg van de verkozen bagage transfer) nog een stukje verder moeten. Onder het genot van een glaasje fris keuvelen we aan de tuintafel nog wat na en even later voegt de jonge uitbater zich bij ons om met veel engagement over zijn passie voor voetbal te praten. Hij biedt aan pizza's voor ons te bestellen, zodat we die avond ook nog wat te eten hebben. Hier maken we dankbaar gebruik van.

28 mei   |   Richmond - Danby Wiske

- St. Mary's Church -

In de ochtend eerst even naar het dorp. De herbergier heeft de avond ervoor het pand gesloten achtergelaten en voorziet dus niet in een ontbijt. We lopen Colburn in, enerzijds om een gelegenheid te vinden waar we kunnen ontbijten, anderzijds om geld te pinnen. Dat waren we -ondanks ons nadrukkelijk voornemen- in Richmond vergeten. Even verderop is een kleine supermarkt. Geld pinnen lukt hier niet, dus lopen we door naar het centrum, waar een pinautomaat in een Coop ons eveneens geen geld verstrekt. We zetten ons neer op een bankje en nuttigen daar de zojuist ingekochte broodmaaltijd. 

We hanteren vervolgens dezelfde strategie die we al eerder in Shap hebben toegepast: heel vriendelijk een Engelsman vragen of ie tegen betaling bereid is met ons even naar een internationale bank te rijden om daar te pinnen. Een man op het bankje naast ons -die zijn Duitse schoonouders in Engeland op bezoek heeft- loopt tegen hetzelfde probleem aan. Zijn schoonouders krijgen met hun Duits bankpasje ook geen euro's uit de automaat. Hij heeft ons gesprek opgevangen en biedt ons ruimhartig aan met hen mee te rijden naar de bank in Richmond. Annette blijft met zijn vrouw en schoonmoeder achter, terwijl ik me samen met zijn schoonvader naar de dichtstbijzijnde bank laat rijden. Een kwartier later trekken we opgelucht weer de velden in en via Catterick Bridge in Brompton on Swale zetten we koers naar Bolton on Swale. Hier staat op onze rechterhand St. Mary's Church, die ons de moeite van het bezoeken wel waard lijkt. Bovendien is het snikheet en we hebben -mede als gevolg van ons uitstapje naar Colburn- ondertussen toch al weer de nodige kilometers in de benen. St. Mary's -gebouwd in de eerste helft van de 14de eeuw- is echt een heel mooi kerkje met een uit kleurrijke zandstenen opgetrokken klokkentoren. Het kerkhof is typisch Engels. De grafstenen staan er bijna altijd scheef en het geheel roept daardoor bij mij altijd beelden uit een griezelfilm op. Deze "churchyard" is eigenlijk bekender dan de kerk op zich. Op het kerkhof is een monument opgericht ter ere van ene Henry Jenkins die naar het schijnt 169 jaar oud geworden is! In de kerk staat een koelkastje met fris en een honesty pot. We kopen ieder een blikje en rusten, liggend op een bankje in het koele voorportaal, even uit. Na een rustpauze van pakweg een half uur wandelen we langs Bolton Beck verder. Voor het eerst zien we de boeren hier hooien. Het landschap is enigszins glooiend en als gevolg van het schitterende weer hangen de fluitende leeuwerikken hoog in de lucht. Na de nodige kilometers bereiken we het eindoel voor vandaag: Danby Wiske. De eigenaar van The White Swan (wat een prachtige namen toch steeds) ontvangt ons uitermate gastvrij en brengt ons naar het kleine weitje achter de herberg waar we onze tentjes op kunnen zetten. Debbie en Karen staan er al. Hun beider tenten -het zijn echt hele grote- zo ver mogelijk uit elkaar, omdat één van hen nogal stevig schijnt te snurken. De voorzieningen zijn voortreffelijk: de gasten op de mini-camping hebben de beschikking over een eigen douche-, was- en toiletruimte. Na een heerlijk verfrissende douche gaan we het etablissement binnen en genieten van ons avondmaal.

29 mei   |   Danby Wiske - Osmotherley

- Watertoren bij Ingleby Arncliffe -

Om 08.00 uur in de ochtend gaat de achterdeur van The White Swan los. Even voor achten staan we met ons beider rugzakken al te trappelen van ongeduld. Dan zwaait de deur open en gaan we aan tafel voor het ontbijt. Nadat ik uit de shop (= van de leesplank) nog een extra routeboekje (Coast to Coast Walk van Paul Hannon) heb gekocht verlaten we het allerlaagste punt (ca. +35 meter) tussen de twee kustlijnen van de Coast to Coast Walk. We steken de onbeduidende River Wiske over en passeren de spoorlijn Londen - Edinburgh. Het landschap is hier zo plat als een pannenkoek. We komen in Oaktree Hill en lopend door het weidse weidelandschap bereiken we White House Farm (die gewoon rood is). Even later steken we de onbeveiligde spoorlijn York-Middlesborough over en via een tweede passage van het riviertje Wiske bereiken we Longlands, een farm met een klein grasveldje ervoor waarop een bankje ons uitnodigt om even te gaan zitten.

Ja...die treffen we onderweg niet veel aan. Rustbankjes zijn hier inderdaad een zeldzaamheid. Tijdens onze pauze worden we -onder aanvoering van een struise haan- lastiggevallen door een tiental kippen, die hun kans schoon zien om bij ons een 'graantje' mee te pikken. Na een half uurtje vervolgen we onze tocht en steken -eveneens onbeveiligd- de gevaarlijk drukke autosnelweg A19 over. Zo bereiken we de historische watertoren van Ingleby Arncliffe. Een stukje verderop ligt Ingleby Cross. Vanaf hier gaat het weer bergopwaarts. Zo klimmen we Arncliffe Wood in en binnen de kortste keren zitten we weer op 225 meter. Dit levert een prachtig uitzicht over de vlakte waar we zojuist doorheen getrokken zijn op. Na enkele kilometers moeten we het C2C-wandelpad verlaten, omdat de enige camping in de buurt twee kliometer "off track" in Osmotherly ligt. Dat is op zich nog niet zo erg maar het feit dat we nu bergafwaarts lopen betekent dat we morgen dit stuk ook weer bergopwaarts moeten. Cote Ghyll is een prachtig gelegen, ruim opgezette camping met een jeugdherberg. Het is de hele dag erg warm geweest en de vermoeidheid slaat toe. Aangekomen op de camping kopen we in het campingwinkeltje twee flesjes Cola en een aantal ansichtkaarten om naar familie, vrienden en kennissen in Nederland te sturen. Dan gebeurt er iets wat me even tot nadenken stemt. Tijdens het opzetten van mijn tentje scheurt de naad van mijn wandelbroek volledig open. Hoe los ik dit nu, zonder naald met draad en zonder het diploma kleding-verstel-techniek op? Dan zie ik een uitkomst. Naast ons staat een kleine camper met een Nederlands kenteken. Gelukkig heeft het lieve echtpaar een schattig reis-etuitje met enkele naaldjes en meerdere kleuren draad bij zich. En die mag ik best even lenen. Annette is graag bereid het verstelwerk op zich te nemen en .... volstrekt ontspannen en in alle rust prikt ze -in professionele kleermakerszit- in een klein half uurtje mijn wandelbroek weer helemaal dicht. Hierna wordt er gedouched en ook de gedragen kleding gaat weer even in het sop. Even later wandelen we naar Osmotherley om daar in The Golden Lion een stukje te eten.

30 mei   |   Osmotherley -  Round Hill

- Faceby Bank -

We ontbijten we in het nabijgelegen Youth Hostel. Hierna zetten we weer koers naar Osmotherley; enerzijds om onze ansichtkaarten op de bus te doen, anderzijds om wat kleine inkopen te doen. Na het nodige klimwerk (naar 300 meter hoogte) bereiken we het punt waar we gisteren de route verlaten hebben. Direct links van ons passeren we een groot antennepark van Brittisch Telecom. Zo bereiken we Beacon Hill. De komende 20 kliometer vormen The Coast to Coast Walk en The Cleveland Way hetzelfde pad. Rechts van ons liggen de uitgestrekte heidevelden van Scarth Wood Moor. Links genieten we van het adembenemende uitzicht op Whorl Hill. Jammer dat het een beetje heiig is. In de verte zien we het clubhuis van de lokale zweefvliegclub liggen. Een stukje verderop rusten we even uit.

Daarna dalen we af, steken Raisdale Road over en bereiken onze voorgestane overnachtingsplek: Lord Stones Café. Wat ons al was verteld, blijkt jammergenoeg waar: Lord Stones Café, een markant, leistenen gebouw in de vorm van een bunker met een piepkleine camping ernaast, is gesloten. We overleggen even en besluiten om hier dan toch maar onze tentjes op te zetten. Echter.... het is pas 14.00 uur en om hier nu in alle eenzaamheid op de avond te gaan zitten wachten, lijkt ons ook niet de meest ideale optie. Als het dan ook nog begint te regenen weten we het zeker: we wandelen door. Even later gaat het weer bergopwaarts in Cringle Moor en op 380 meter bereiken Cringle End met de Alec Falconer memorial; een plaquette met een in steen opgetrokken rond zitbankje dat uitzicht biedt over het uitgestrekte dal. Alec Falconer is de geestelijk vader van The Cleveland Way en is, een jaar voordat deze route voor het publiek werd opgengesteld, in 1968 overleden. Een stukje verderop liggen The Wain Stones. Deze rotspartij tekent zich prominent af tegen de sky-line en geeft een prachtig uitzicht over het plaatsje Great Broughton. Great Broughton beschikt weliswaar over een camping maar het plaatsje ligt meer dan 3 km "off route" en .... veel erger .... in een héél diep dal. Dus besluiten we wederom om door te lopen. Dit betekent dan automatisch dat we weer moeten wildkamperen, want vanaf hier tot aan de The Lion Inn in Blakey, bevindt zich -over een afstand van ca. 12 kilometer- geen enkele bebouwing meer. We dalen, passeren de weg bij Clay Bank Top, stijgen weer en lopen Urra Moor binnen. Hier gaan we op zoek naar een overnachtingsplek. Dit valt nog niet mee, want het hele gebied bestaat overwegend uit heide en de enkele groene plek die we aantreffen ligt vol grote stenen of is niet vlak. Dan zien we een jongeman met een rugzak, die -lopend rond een klein, groen heuveltje- de indruk wekt ook op zoek te zijn naar een tentplek. We spreken hem aan en ook hij doet The Coast to Coast Walk maar dan van Oost naar West. Aangezien we ons gedrieën in "the middle of nowhere" bevinden voelen we klaarblijkelijk aan dat het 't beste is om hier samen op en in de heide te overnachten. We zetten onze rugzakken tegen de betonnen OS-Column die op het midden van het heuveltje Round Hill, het hoogste punt van Urra Moor, markeert en gaan aan de slag.

31 mei   |   Round Hill - The Lion Inn

-  Middle Head -

Bij het ontwaken hoor je het meteen: het regent. Als ik naar buiten kijk is het mistig, nat en grauw. In de loop van de nacht was ik er ook al even uit gemoeten en in het maanlicht zag ik hoe de nacht er hier uitziet: bij absolute stilte zie je tot aan het einde van alle windstreken een glooiend landschap met alleen maar bewingsloze heide. Buiten het vage schijnsel van de maan is er niet één lichtpuntje te bekennen. De wereld verkeert in absolute rust. Dit geeft je als mens een heel bijzonder gevoel: die rust, de stilte, de eenzaamheid. Ik herken dat gevoel van mijn fietstocht naar Santiago de Compostela: je voelt je volstrekt één met de natuur. Echt een fantastisch gevoel. 

Aangezien de regen blijft aanhouden besluiten we om toch maar op te breken en nadat we afscheid genomen hebben van onze metgezel lopen we even later in de stromende regen richting The Lion Inn. We wandelen langs de Face Stone; een hardstenen paal, die op een of andere manier de grimas van een gezicht in zich draagt. Ondanks het grauwe weer leveren de uitgestrekte heidevelden prachtig gekleurde plaatjes op. Kilometer na kilometer glijdt zo onder ons door en we bereiken Bloworth Crossing. Vanaf hier lopen we over het 'track-bed' van de voormalige Rosedale Ironstone Railway, gebouwd in 1861 om het ijzerhoudend gesteente van Rosedale naar de ovens van Teesside te vervoeren. Precies op het goede moment doemen in de verte de contouren van The Lion Inn op. We zijn immers zonder ontbijt vertrokken en we hebben inmiddels wel trek in iets hartigs. Drijfnat komen we er aan. The Lion Inn, 400 jaar geleden gebouwd en ooit druk bezocht door de mijnwerkers uit de omgeving is nu -hooggelegen op Blakey Moor- een prominent 'landmark' en een echt ontmoetingspunt c.q. nachtverblijf voor wandelaars. We trekken onze natte schoenen in het voorportaal uit een nemen plaats in een van de vele kleine ruimtes. Het oogt echt heel gezellig -misschien komt dit door het lage plafond- en het is er een komen en gaan van wandelaars; her en der verspreid zitten ze keuvelend te genieten van de warme drankjes. Nadat we onszelf afgedroogd en opgefrist hebben bestellen we wat te eten. Even later beseffen we dat we over enkele dagen de oostkust bereiken en dat we dan onze retourvlucht naar Nederland wel geboekt moet zijn. We vragen een Engels echtpaar of we hun netbook hiervoor even mogen gebruiken. Annette zoekt een gunstig reisschema voor ons uit en even later rolt onze boeking uit de printer van de herberg. Zo raken we in gesprek en als de man vertelt dat ze samen de 1.000 km van St. Jean Pied de Port naar Santiago de Compostela hebben gewandeld, komt het gesprek pas echt op gang. Als ik hem hierop ons zelfgemaakte wandelpaspoort die we op alle overnachtingsplaatsen laten afstempelen laten zien, wordt hij helemaal lyrisch. Spontaan gaat hij met het paspoort op zoek naar zijn vrouw, om met haar te delen hoe geweldig hij dit vindt. Naast de herberg ligt een kleine schaapsweide die dienst doet als camping en binnenin is een speciale was- en toiletgelegenheden voor kampeerders. Tussen de keutelende schapen zetten we onze tentjes overeind en daarna vluchten weer snel naar binnen. Het avondmaal smaakt ons uitstekend; moe en voldaan gaan we rond 23.00 uur slapen.

01 juni   |   The Lion Inn - Littlebeck

- St. Hedda's -

We doen ons tegoed aan het uitgebreide ontbijtbuffet in The Lion Inn. Door heel terughoudend te zijn bij het bestellen van een (full) English breakfast, kunnen we een keertje volop genieten van andersoortige lekkernijen. Echt alles staat op tafel: koffie, thee, diverse soorten brood, vele kleuren jam, melk, een aantal kannen vruchtensap, meerdere smaken yoghurt, kaas, snijworst. Het ziet er echt fantastisch uit en....het is ook heel erg lekker. De bedoeling is om vandaag de 13 kilometer naar Hollins Farm in Glaisdale te overbruggen. Het weer is er niet echt beter op geworden, maar het is in ieder geval wel weer droog. In de ochtendnevel lopen we langs Old Ralph Cross en maken een foto bij Young Ralph Cross om even later hetzelfde te doen bij White Cross, beter bekend als Fat Betty, een eenvoudige lompe steen die voor de helft wit is geschilderd. Op zich niks bijzonders maar hij staat nu eenmaal prominent in alle routeboekjes. Een stuk aantrekkelijker is -een stukje verderop- Trough House, een verlaten schuttershut met een stenen buitenbank. We passeren verschillende kleine waterstroompjes die uiteindelijk samenvloeien tot Great Fryup Beck. De begroeiing bestaat ook hier weer uit heide. Heide, zover als je kunt kijken. 

Plotseling realiseren we ons dat ergens rechts beneden ons Hollins Farm moet liggen. Echter... het is pas 12.00 uur en om nu al te stoppen vinden we allebei wel héél erg vroeg. Met dit gegeven en het feit dat Hollins Farm niet op de route ligt, waarvoor we dan ook nog een paar kilometer moeten afdalen, met het risico dat deze boerderijcamping niet meer bestaat, besluiten we om 10 km door te lopen naar Priory Farm in Grosmont. Even later wandelen we Graisdale binnen. Hier is een boer met een herdershond zijn schapen aan het ver-weiden. Mooi gezicht hoe de hond de kudde schapen bij elkaar houdt. We leggen aan in The Arncliff Arms, waar we wat drinken. Na de pauze lopen we richting Beggars Bridge, om daar het steile bergpad langs River Esk op te lopen. Na een stevig klim door de bossen over een pad met staptegels bereiken we de verharde weg naar Egton Bridge. Via de brug met dezelfde naam komen we uit bij St. Hedda's, een prachtige kerk, beroemd om de ingemetselde bas-relief panelen in de buitengevel. Hier gaan we rechtsaf de oude tolweg op en treffen daar een grappig genenoveerd tolhuisje met daarop een prijslijst uit 1948 aan. Drie kilometer verder ligt Priory Farm. Hier dient zich nu de vraag aan: blijven we hier of ... lopen we nu nog door naar Intake Farm in Little Beck. Om de afstand voor de laatste wandeldag niet onnodig lang te maken besluiten we om nog 8 km door te lopen. Enkele kilometers verder, bij de aankomst in Grosmont, hebben we geluk. Grosmont staat bekend om zijn karakteristieke treinsstation. Het station en de spoorweg zijn gebouwd in 1845. Na de sluiting in 1965 is het geheel in 1975 weer heropend door toegewijde vrijwilligers die in de zomermaanden met stoomtreinen over het traject Pickering - Goathland rijden. Net als we het station passeren loopt er een gigantische stoomtrein binnen en we zien hoe de locomotief hier wordt bijgevuld met water. Als we Grosmont verlaten gaat het weer bergop; echt stevig bergop. Het hellingspercentage is hier 33% en in no-time lopen we weer op 350 meter hoogte over Sleights Moor. We passeren twee prehistorische steen circkels: The Low Bride Stones en The High Bride Stones. Annette is degene die het als eerst opmerkt: in de verte zien we voor het eerst de Noordzee. Een prachtig vergezicht: op de voorgrond een aantal schapen met aan de horizon de kustlijn en de Abdij van Whitby. Via een lang traject bergafwaarts bereiken Littlebeck, een pittoresk gehucht, met erg veel vakantiewoningen. Als we hier de weg naar Intake Farm vragen, blijkt dat we dit bij de bij de moeder van de eigenaar doen. Aangezien het een nog een stukje lopen is biedt zij ruimhartig aan om ons er even met de auto naar toe te brengen. Dit slaan we uiteraard af. Even later, nadat we op het gazonnetje in de boerderijtuin onze tentjes hebben opgezet, zitten we in de keuken aan een kop lekkere Engelde thee met brood en fruit. We kunnen van een van de drie badkamers op de eerste etage gebruik maken -de campingboerderij doet ook dienst als Bed & Breakfast- om te badderen of te douchen. Ik kies voor het eerste en daarna duiken we erin en .... ik val lekker ontspannen in slaap.

21 juni   |   Littlebeck - Robin Hood's Bay

- Robin Hood's Bay -

Na een uitgebreid ontbijt in de woonkamer nemen we afscheid van Judith, de vrouw des huizes. We lopen weer richting Littlebeck om daar de route op te pakken en deze langs het gelijknamige beekje door Scarry Wood weer te vervolgen. Het pad is nat en vettig. Links van het pad ligt The Hermitage: een kapelletje, in 1790 door George Chubb uitgehakt in een groot rotsblok. In de verte horen we het geluid van Falling Foss. Als we naderbij komen zien we dat het water van 20 meter hoog in een jungleachtig ravijn valt. Het neergevallen water stroomt weg in de beek Maybeck. 


Dan slaat de schik om mijn lijf. Uit de beek komt een agressieve hond gerend, die Annette naar het gezicht bijt! Gelukkig heeft ie Annette op een haar na gemist; ze is ongedeerd. De eigenaar, die geen schijn van kans had tegen zijn -niet aangelijnde- roofdier veronschuldigt zich. Hierop geef ik hem ongezouten mijn mening over zijn "huisdier". Als we even later samen verder wandelen, merk ik dat de spanning nog stevig in mijn lijf zit. Maar...de prachtige omgeving brengt de rust in mijn lichaam weer vrij snel terug. Zo steken we de veengebieden Sneaton Low Moor en Graystone Hills over. Net voordat we de verharde weg bereiken maak ik nog een inschattingsfout en.....schiet tot ver over mijn enkels in de drassige veengrond. Bij de eerste de beste boerderij in Hawsker wissel ik van sokken en schoenen om even later in The Hare and Hounds, waar we even een kopje koffie drinken, mijn broekspijpen in het sop te steken. Via een pad over camping North Cliffe Caravan Park bereiken we de Noordzee. Een fantastische gewaarwording. Diep beneden ons slaan de golven tegen de klippen. Over de hoge cliff wandelen we langs de kust richting Robin Hood's Bay. Het gevoel is overweldigend. Bijna hebben we ons einddoel bereikt! We passeren nog enkele kissing-gates en lopen daarna Robin Hood's Bay binnen. In het dorpje zelf gaat het vrij steil naar beneden en zo bereiken we samen het zilte water van de Noordzee.

 - Het wandelpaspoort met de vele stempeltjes -

Foto

 - Onze tentjes op de camping in Ullswater -

Ons fotoalbum bekijke​n?

Video

This is The Lake District


A Year in The Yorkshire Dales National Park


Discover the North York Moors National Park


GPS - Track

De route bekijken in Google Earth?

De route zelf wandelen met de GPS?

bottom of page