top of page

THE GAMBIA EXPERIENCE

Van 10 november tot 8 december 2010 was ik voor de Stichting Heart for Gambia in Gambia om daar gedurende één maand als vrijwilliger de aanleg van een schoon drinkwater project op de St. Peter's School te Lamin te begeleiden.

Deze website beschrijft de aard, de omvang en de voortgang van dit project.

AB IMO PECTORE 

( uit het diepst van het hart )

The Heart for Gambia Foundation


THE HEART FOR GAMBIA FOUNDATION


Doelstelling

  • het opzetten van ontwikkelings- en stimulerings projecten in Gambia


Resultaat

  • het creëren van werkgelegenheid

  • het stimuleren van educatie

  • communicatiemogelijkheden opzetten en verbeteren

  • onafhankelijkheid bevorderen

  • eigen initiatieven faciliteren 


Aanvullende  Informatie

The Heart for Gambia Foundation

Secretariaat: Mw. F. Arts, Raadhuishof 3, 5751 AT Bergeijk

E: info "at" hartvoorgambia "dot" nl

W: www.hartvoorgambia.nl

Gambia

Gambia is een land aan de westkust van Afrika gelegen aan de Atlantische Oceaan en omsloten door Senegal


Het bestaat uit een lange smalle strook land die door de Gambia rivier wordt gesplitst in een noord- en een zuidoever


 De rivier ontspringt in het Guinese Fouta Djallon-gebergte en stroomt bij Banjul uit in de Atlantische Oceaan.


Gambia telt ongeveer 1,5 miljoen inwoners. Het grootste gedeelte hiervan woont in de kuststreek.


Oppervlakte = 12.000 vierkante kilometer

Lengte  =  ca 475 km

Breedte = 25 tot 48 km.

Tijdzone = GMT (Gambia Maybe Time)

St. Peter's School

De St. Peter's technical secundary school in Lamin ligt in de zogenaamde second region van Gambia, net buiten de kuststrook. Het is een technische school op MBO niveau en heeft o.a. een land- en tuinbouw studierichting.


De school wil een bananen- en papaya plantage opzetten. Enerzijds om agrarisch praktijkonderwijs te kunnen geven; anderzijds om met de opbrengst het onderwijs te verbeteren en zelf de watervoorziening te onderhouden en t.z.t. te vervangen. Bananen en papayas zullen met name worden afgezet aan hotels en restaurants voor toeristen in de kuststrook.

De St. Peter's School heeft het schoolterrein ommuurd. Er is al een waterput (met een tijdelijke pompvoorziening) geboord. De school en de omliggende woongemeenschappen (ca. 6.000 personen) worden zo van schoon drinkwater voorzien. Ook wordt 6 ha ter beschikking gesteld voor groentetuinen aan ca. 100 omwonende vrouwen. De vrouwen kunnen hierdoor onafhankelijk van de man de leefomstandigheden van henzelf en hun kinderen verbeteren en met de opbrengst van de verkoop van de oogst, de schoolkosten voor hun dochters betalen. Meisjes in Gambia worden vaak van onderwijs uitgesloten omdat hiervoor het geld (ca. 25 euro per jaar) niet opgebracht kan worden.

Projectomvang

Het schoon drinkwaterproject is onderdeel van het "Masterplan St. Peter's Project". Dit masterplan bestaat uit:

  • de ommuring van het schoolterrein (2009)

  • het boren van een waterput (voorjaar 2010)

  • de realisatie van de waterinstallatie (najaar 2010)

  • het opzetten van een bananen- en papaya plantage (2010 / 2011)

  • het realiseren van 100 groentetuintjes voor omwonende vrouwen (2011)

  • de inrichting van het terrein voor land- en tuinbouw onderwijs (2011)

  • het verbeteren van het onderwijs op de St. Peter's School (o.a. leermiddelen, gereedschappen en computers)

De te realiseren waterinstallatie op de St. Peters School heeft meerdere functie's:


  • het bevloeien en/of beregenen van de bananen- en papaya plantage

  • leveren van tapwater voor de groentetuintjes (die ter beschikking worden gesteld aan omwonende vrouwen)

  • het leveren van schoon drinkwater aan de 6.000 bewoners van Lamin

  • het voorzien in schoon drinkwater op het schoolplein

  • het vullen van het voorraadvat van de school

  • het besproeien van het (toekomstige) sportveld

Hiertoe is een 50 meter diepe put geslagen waarin een Grundfos onderwaterpomp wordt gehangen. De pomp met een vermogen van 3 kW heeft een capaciteit van 14.000 liter per uur. Om hiervan een idee te geven: de pomp is in staat in één uur 1.400 emmers water te vullen !! 

Het opgepompte water wordt via een 2.000 meter lange ondergrondse ringleiding het land over gestuurd. Om de druk in deze ringleiding te bewaken is hierop een drukvat van 200 liter met een drukregelaar aangesloten. De hiervoor benodigde regelkast is (samen met de drukregelaar en het drukvat) ondergebracht in een speciaal hiervoor gebouwd pomphuisje.   

Op de ringleiding worden onderstaande afnamepunten aangesloten:

  • 9 veldkranen voor de bananen- en papaya plantage c.q. voor de groentetuinen van de vrouwen

  • 1 veldkraan bij het pomphuis

  • 1 veldkraan voor het bespoeien van het sportveld

  • 3 kranen (village-taps) met afzonderlijke afsluiters

  • 1 kraan op het schoolplein

  • 1 vulkraan voor het voorraadvat van de school

Om te voorkomen dat de geteelde gewassen worden aangevreten door dieren heeft de school het hele terrein ommuurd. Dit betekent dat de tappunten voor de dorpelingen van Lamin onder deze muur moeten worden doorgevoerd.

Verder wordt er voorzien in een aparte aansluiting voor de beregeningsinstallatie: 77 koppelbare aluminium buizen van 6 meter lengte, die willekeurig kunnen worden neergelegd en waarop naar eigen inzicht een aantal sproeiers kunnen worden geplaatst.

Projectvoortgang

2 oktober 2010   |   Container laden

Vandaag staat het laden van de (extra hoge) container voor het waterproject op de St. Peter's School op het programma. Eerst even naar Cees om vanuit Deurne samen naar de loods in Hapert te rijden. Bij aankomst aldaar staan de eerste vrijwillers al te trappelen van ongeduld.


Trouwens ........ waarom een extra hoge container?


Deze is dit keer extra hoog om de 20 rollen slang (met een diameter van 2,5 meter) voor het waterproject in opgerolde staat te kunnen transporteren. 



Maar eerst is er koffie. Er worden snel wat tafels en stoelen bij elkaar geschoven en even later zitten we gezellig te keuvelen. Ondertussen schuiven steeds meer vrijwilligers aan. Bij het vallen van de eerste stilte grijpt Cees zijn kans en worden de taken verdeeld. Wat opvalt is de georganiseerde manier van werken. Iedereen weet precies wat zijn of haar taak inhoudt en gaat vol overgave aan de slag. De laadmeesters passen, meten, wikken en wegen om er voor te zorgen dat er zo efficiënt mogelijk geladen wordt. De heftruckchauffeur manoeuvreert handig tussen de opgestapelde stapels meubilair door. De kleding wordt zorgvuldig gesorteerd en in plastic zakken gedaan. Alles wat de container ingaat wordt ook nauwkeurig geteld en geregistreerd. Behalve de 20 rollen slang worden ook alle overige materialen voor het waterproject geladen:

Object

rollen slang

aluminium beregeningsbuizen

onderwaterpomp

electrische schakelkast

drukvat

kranen

koppelingen

sproeiers

speciaal gereedschap

kleinmateriaal

Aantal

20

77

1

1

1

16

70

27

-

-

Steeds wordt de container netjes afgevuld met zakken kleding. Tenslotte is er nog net ruimte om een stapel binnendeuren mee te sturen. De container wordt in Hapert op 4 oktober opgehaald om daarna op 12 oktober vanuit de haven van Antwerpen koers te zetten naar Gambia, waar deze naar verwachting op 5 november in de haven van Banjul aankomt.


Groet,

Antoon

13 oktober 2010   |   Bezoek Smits Veldhoven

Woensdag, 13 oktober 2010, 15.00 uur

Samen met Cees en Sander op bezoek bij Gebr. Smits B.V. in Veldhoven.

Een korte introductie:


Gebr. Smits B.V. Beregeningstechniek & Drainage is gespecialiseerd in het ontwerpen, aanleggen en onderhouden van (automatische) beregening- en drainagesystemen voor de agrarische sector. Ook is Smits is gespecialiseerd in professionele beregeningsinstallaties op golf-, sport- en recreatieterreinen. Naast beregeningssystemen levert Smits ook drainagesystemen, putboringen, industriële watertoepassingen, bluswatervoorzieningen en koude/warmte opslagsystemen. Voor het schoon drinkwater project in Gambia heeft Smits samen met de Stichting Heart for Gambia het projectplan opgesteld en als sponsor alle materialen geleverd. Voor alle inhoudelijke technische details moest ik dus daar zijn!!


We werden door Jan P. Smits, directeur van het bedrijf, heel hartelijk ontvangen met een kop lekkere koffie en ondertussen werden de tekeningen op tafel uitgevouwen. Al snel doken we de technische diepte in en vlogen woorden al statische druk, nominaal vermogen, maximale opvoerhoogte, minimale flow, aan/uit-regeling en aanloopstroom over tafel. Gelukkig werd toch regelmatig van onderwerp gewisseld. Soms een gedachtenuitstapje naar Gambia hoe ze daar een en ander zouden benaderen. Dan weer ging het gesprek over een gezellig restaurantje waar Sander en Cees ooit samen gegeten hadden. Zo kwam ook de nieuwbouw van Smits B.V. op het industrieterrein De Habraken en de daaruit voorvloeiende verhuizing ter sprake. Kortom: de tijd vloog om en met een duidelijke antwoord op alle vragen die ik op voorhand had keerden we weer huiswaarts.


Jan, bedankt voor de heldere uitleg. Wellicht dat ik je vanuit Gambia nog een paar keren per e-mail een vraag ga stellen, maar ..... enkel als ik het echt niet meer weet.


Groet,

Antoon

10 november 2010   |   Datum van vertrek

De vertrektijd van het vliegtuig naar Banjul is 06.40 uur. Aangezien verwacht wordt dat ik 2,5 uur voor het vertrek op Schiphol ben spreken we af dat we vanuit Liessel om 01.30 uur vertrekken. "We" zijn Sander en Cees (beiden van het bestuur van de H4G) die erop staan om mij weg te brengen. Klokslag 01.30 uur staat Cees voor de deur. Ik neem afscheid van Nelly en Annette (van Marianne en Ronald had ik een dag eerder al afscheid genomen) en we rijden naar Veldhoven waar we Sander ophalen. Onderweg een lekker kopje koffie en om ca. 03.00 heb ik mijn bagage bij het drop-off point op Schiphol afgegeven. We drinken samen nog een lekker kopje koffie en dan komt ook hier het moment om elkaar uit te zwaaien.

Vervolgens slenter ik wat tussen de (veelal gesloten) winkeltjes om de tijd de doden. Bij de balie aan de gate maakt een Gambiaanse vrouw stevig ruzie met de douane. Alles loopt verder voorspoedig en precies op tijd vertrekken we. Het vliegtuig maakt een tussenlanding in Faro om bij te tanken. Ook dit gaat boven verwachting snel. We stijgen op en de piloot zet koers naar Banjul. Ook de afhandeling hier loopt voorspoedig. Het meest spannende moment hier is het wachten op mijn koffer, die uiteindelijk toch op de band verschijnt. Al met al ben ik om ca. 15.00 uur (Gambia tijd) in het Boabab Resort Hotel. Moe, erg moe. Zo'n nacht zonder slaap (ook in het vliegtuig lukte dat nauwelijks) breekt je toch op. Ik ga op bed liggen en val direct in slaap om vervolgens (waarschijnlijk van de honger) om 19.30 uur wakker te schieten. Ik ga een hapje eten in het resaurant van het hotel en .... vanavond maar niet te laat naar bed. Morgen toch eerst maar even een dagje uitrusten. Vrijdag ga ik dan contact opnemen met Fr. Bruno (de directeur van de St. Peter's School) om verdere afspraken te maken.


Welterusten,

Antoon

11 november 2010   |   Het verblijf

Inmiddels ben ik enigszins gesetteld. Ik zit dus in Baobab Holiday Resort Hotel en heb daar een klein éénpersoonskamertje. Er staat een bed, een kast een koelkasje en een tv. Het badkamertje beschikt over een douche en een toilet. Ben gisteravond vrij vroeg naar bed gegaan en heb enigszins onrustig geslapen. Ik was vergeten de airo uit te schakelen dus kreeg ik het 's nachts koud. Ook had ik mijn GSM niet uitgeschakeld. Met las gevolg dat ik midden in de nacht diverse keren wakker werd van een binnengekomen e-mail berichtje. Wat bleek: om een of andere reden bleef ik maar steeds hetzelfde e-mailtje van Sander Arts ontvangen. Inmiddels heb ik dit bewuste bericht 21 keer ontvangen. Zal wel ergens iets mis zijn met de provider in Gambia of -wat ik absoluut voor onmogelijk houd- Sander doet onbewust iets met zijn telefoon waardoor hij het e-mailtje zonder het zelf te weten steeds opnieuw naar mij toezendt.

Vanochtend wat later dan gewoonlijk opgestaan en mijn eerste ontbijtje genuttigd. Heerlijk ! Daarna ben ik aan de slag gegaan. Als eerste naar de receptie om te vragen of ze een klein tafeltje met een stoel op mijn (toch al kleine) kamertje konden bijplaatsen, zodat ik een plek om aan te werken (computeren, schrijven en eventueel tekenen). Maar ook om 's nachts mijn kleren simpelweg over een stoel te kunnen hangen. Ook heb ik gevraagd of ze een klein terrastafeltje op mijn balkon konden aanschuiven zodat ik 's avonds op mijn eigen balkon kan gaan zitten en -al dan niet onder het genot van een biertje- lekker buiten zittend over de binnenplaats met het zwembad uit kan kijken. Dit alles was overigens heel snel geregeld.

Ondertussen kwam ik ook nog een Gambiaan tegen die .........ja echt......... met een onderwaterpomp onder zijn arm liep. Ik was zo benieuw, dat ik hem aansprak om te vragen wat ie daarmee ging doen. Hij vertelde dat de pomp kapot was en naar de reparateur moest. Toen ik vertelde waarom ik hem aansprak (= Waterproject St. Peter's School) vroeg hij in gebroken engels (ze zeggen hier allemaal "aks" en "chicken" in plaats van "ask" en kitchen" of ik hem kon uitleggen hoe de pomp werkte en wat hij kon doen om deze weer te repareren. Dit heb ik vervolgens met volle overgave natuurlijk gedaan. Hij bedankte me heel vriendelijk en we gingen vervolgens ieder ons weegs. Morgen toch maar even vragen of hij de pomp nu zelf heeft kunnen repareren.

Vandaag blijf ik lekker in en om het hotel en morgen ga ik contact opnemen met de school om verdere afspraken te maken.


Groeten uit een warm Bijilo,

Antoon

12 november 2010   |   Het eerste bezoek

Vanochtend na het ontbijt als eerste Fr. Bruno gebeld. Het netwerk functioneerde nu wel en ik kreeg dan ook direct verbinding. Na een hartelijk welkom spreken we om 13.00 uur af. Op mijn vraag of iemand mij met de jeep bij het Baobab Hotel op kan komen halen geeft Fr. Bruno aan dat de papieren van de jeep nog steeds niet in orde zijn, maar dat hij graag zelf even met zijn eigen auto komt. Verder spreken we af dat hij mij zal bellen als hij er is. Even over 13.00 uur gaat de telefoon. Fr. Bruno geeft aan dat hij voorstaat maar ik zit bij de hoofdingang en zie niks. Blijkt dat hij bij het verkeerde hotel staat: Bijilo Beach. Nadat ik uitgelegd heb wat er aan de hand is rijdt hij 5 minuten later voor. Een hartelijke eerste handdruk volgt en we rijden direct naar de St. Peter’s School. 

Onderweg praten we over de school, zijn bezoek aan Nederland, waar ik vandaan kom en …….over de container die nog niet vrijgegeven is. Wat blijkt: één document dat de gift vanuit Nederland moet vrijstellen van invoerbelasting is nog niet afgegeven door de Gambiaanse overheid. Als eerste bezoeken we het pomphuis in aanbouw. De fundering en de vloer zijn klaar en rondom staan stapels stenen. Ietsje verderop ligt de put; de pijp steekt ongeveer 50 cm boven het maaiveld uit. We vervolgen mijn rondleiding en komen bij het sportveld: een hele grote “zandbak” waar kinderen –allemaal in een hetzelfde schooluniform- allerlei spelletjes spelen. Er is ook een (verhard) basketbalveldje. Ik zie voor het eerst de sleuf die gegraven is. Gelukkig, nagenoeg overal op diepte. De stukken waar auto’s overheen rijden moeten nog. Ietsje verder komen bij de nieuwe aanplant: sinasappelboompjes zo dik als een pink, stevig gebladerde papaya bomen en cashewnotenbomen. We lopen verder en komen bij een grote sporthal waar Gambiaanse kinderen dansen, springen en gillen. Dit is de plaats waar de spullen straks opgeslagen gaan worden. Toch maar even onder de aandacht houden of die dan in een afsluitbaar deel te plaatsen zijn. We lopen langs de ronkende schoolbus. Een koddig gezicht: een grote gifgroene bus met het logo van de school op de grill, zijkanten met (in koeieletters) de tekst St. Peter’s Technical Junior en Secundary School erop en allemaal zwaaiende kinderen binnenin. Het ontroert me. We lopen een gebouw binnen dat de mechanische afdeling blijkt te zijn. Geen rijen in slagorde opgestelde machines zoals in Nederland bijna altijd het geval is. Nee, ik zie één draaibank, één freesbank, twee kolomboormachine’s, één zaagmachine, een aantal werktafels en een aambeeld. We lopen vervolgens het lokaal “autotechniek” binnen. Hier staat een opengewerkte auto en een los motorblok op een bok. Beide motoren zijn “lopend”. In de hoek staat nog een defect voorbeeld-exemplaar. Vanuit dit lokaal bezoeken we de tekenkamer. Hier zitten een aantal studenten achter een tekentafel; een docent kijkt vanaf het volgeschreven schoolbord toe. Dan neemt Fr. Bruno mij mee naar het bouwkunde lokaal. Hier staan een aantal werkbanken en twee kleine machines. Dan komen we bij de bibliotheek en het computerlokaal. Die zijn beide op slot en Fr. Bruns heeft -ondanks een sleutelbos van ’n kilo- de sleutels niet bij zich. Dus op naar de plantjes. Fr. Bruno laat me de kleine opgepotte kweekplantjes zien die binnenkort worden uitgezet. Via een enorme bananenplantage -waarin we samen twee heerlijk zoete bananen eten- komen we bij het kippenhok waar kuikens rondscharrelen en enkele kloeken zitten te broeien. Daarnaast is een varkenshok. Op zich natuurlijk niet zo vreemd maar dit is precies hetzelfde zoals wij die voeger in Nederland hadden. In drie hokken zitten varkens waarvan één met drie kleine biggetjes. Bij het verlaten van het varkenshok kijken we uit op een enorme akker waarop allemaal jonge bananenplanten zijn uitgezet. Hier wil Fr. Bruno straks de regeninstallatie met de sproeiers hebben liggen. Begrijpelijk, want als je de hoeveelheid ziet en beseft dat die nu alemaal één voor één met de hand water gegeven moeten worden, dan is beregenen natuurlijk een stuk gemakkelijker. 

De plantage gaat vervolgens over in schooltuintjes. Allemaal kleine tuintjes van ongeveer 2 x 1 meter waarop de leerlingen hun pootgoed kunnen uitzetten. De leerlingen worden geacht de plantjes op gezette tijden water te geven en krijgen daar dan uiteindelijk een rapportcijfer voor. Eén keer vergeten water te geven, levert direct strafpunten op. Elk perceeltje heeft een bordje met de naam van de leerling, de klas en de datum waarop het pootgoed geplant is. Volstrekt oneerbiedig uitgedrukt natuurlijk, maar op een afstandje is het net een kinderkerkhof. Het geheel maakt een enorme indruk op mij. Met name de omvang en de eenvoud. Na de rondleiding nodigt Fr. Bruno mij uit voor een heuse Gambiaanse lunch met een glas appelsap. We eten rijst, vis en …hoe kan het ook anders… spinazie uit eigen kwekerij. Hierna word ik -onder de afspraak dat we morgen om 11.00 uur samen het waterproject inhoudelijk gaan bespreken- weer teruggebracht naar mijn hotel.

Wat mij tijdens de rondleiding trouwens opvalt is dat Fr. Bruno elke leerling die hij tegenkomt even toespreekt. Vragend, dan weer bemoedigend en inspirerend, maar soms ook streng.


Na de rondleiding nodigt Fr. Bruno mij uit voor een heuse Gambiaanse lunch met een glas appelsap. We eten rijst, vis en …hoe kan het ook anders… spinazie uit eigen kwekerij. Hierna word ik -onder de afspraak dat we morgen om 11.00 uur samen het waterproject inhoudelijk gaan bespreken- weer teruggebracht naar mijn hotel.


Groet,

Antoon 

13 november 2010   |   De voorbereidingen

Om 10.45 uur staat Fr. Bruno voor de deur. We rijden samen naar St. Peter’s School waar we als eerste de vordering van de bouw van het pomphok gaan bekijken. Viktor is druk doende de stenen zo recht mogelijk op elkaar te stapelen en.....dat lukt hem warempel alleszins redelijk. In het gesprek dat ik vervolgens met Fr. Bruno krijg hebben we het over het voorraadreservoir van de compound. Hoe dit straks gevuld gaat worden en hoe dit nu geschiedt. Tijdens ons gesprek breekt er plotseling paniek uit: een grote waterstraal spuit uit de grond. Een medewerker van Viktor (of misschien was het Viktor zelf) heeft met zijn pikhouweel door de hoofdader van het centrale Gambiaans waterleidingnet geslagen !

Voor mij is dit absoluut onbegrijpelijk. Je ziet de leiding een stukje verderop aan de oppervlakte liggen en dan toch beginnen te graven met een pikhouweel. Een theelepeltje zou in dit geval beter zijn geweest. In allerijl wordt de hoofdkraan afgesloten en Viktor probeert het gat met zijn handen dicht te houden. Hetgeen door de enorme druk op het systeem natuurlijk niet lukt met als gevolg dat het water door zijn handen alle kanten opspuit. We worden allemaal drijfnat, hetgeen een lekkere verkoeling in de zinderende hitte oplevert. Als je niet beter wist zou je denken dat hij het expres deed. Met een stuk plastic een een mop zand probeert hij de waterstraal te temmen. De druk is uiteraard te hoog. Dan neemt de parabolische vorm van de waterboog af om te eindigen in een klein straaltje; de leiding loopt nog leeg. Viktor trekt er op uit om een reparatiemateriaal te zoeken. Ondertussen sta ik te overdenken hoe ze dit probleem hier nu oplossen. In Nederland denk je meteen aan een mof, tape, een overzetstuk in de vorm van een dikke tuinslang of een insteekbuisje met twee klemmetjes. Viktor komt terug met een reep fietsband. Nadat hij die strak om de leiding getrokken heeft strikt hij de eindjes. De kraan wordt weer opengedraaid en......het lek is gedicht. Wat me opvalt is dat het hiermee dus klaar is. Weliswaar een goede tijdelijke oplossing, maar niemand die aangeeft dat een stucturelere oplossing nog steeds noodzakelijk is. Ik kan het voorval goed gebruiken en zeg onmiddellijk tegen Saneh (door Fr. Bruno aangewezen als mijn uitvoerder) met wie ik even daarvoor nog over “learning” heb gesproken: “That’s why I want you to dig in the tubes from our system for about 50 cm.”


Dan loopt Fr. Bruno naar een grote ruimte in zijn huis. “This is your office for the time that you are with us” en geeft een Gambiaanse jongen de opdracht om de kamer op te ruimen c.q. schoon te maken. Vervolgens gaan Fr. Bruno, Sanneh en ik naar de zitkamer van zijn huis om de projectvoorbereidingen te bespreken: de vrijgave van de container, de bouw van het pomphuis, het graafwerk, het maken van de betonpalen waar de kranen tegenaan gemonteerd moeten worden en de afgesloten ruimte voor de opslag van het projectmateriaal. Tijdens mijn rit over het terrein van St. Peter’s School heb ik gezien dat we voor het waterproject onder de verharde weg door moeten. In de afronding van het gesprek vraag ik aan Saneh hoe hij dit gaat doen. “Openhakken” is het directe antwoord. Hierop vraag ik hem of hij wil leren hoe hij de leiding onder de weg door kan leggen zonder deze open te hakken. Dat wil hij heel erg graag. Dus leg ik uit dat hij eronderdoor kan spuiten met een metalen pijp die aangesloten is op de waterleiding. Met oren op steeltje hangt hij aan mijn lippen. Op de vraag of hij mij begrijpt schudt hij (eerlijk) nee. “Come on, I’ll show you”. We lopen naar buiten en ik laat hem zien hoe dit in zijn werk gaat. Enthousiast roept hij: “That’s what I’m gonna try to” !!

The Gambia Experience: echt schitterend !!


Fr. Bruno brengt mij vervolgens terug naar mijn hotel en we speken af dat ik op maandag even terugkom. Het opgedragen werk hebben ze dan natuurlijk nog niet af, maar ik doe dit vooral om mijn loyaliteit naar de Gambiaanse werkers te tonen, maar natuurlijk ook om de druk er een beetje op te houden.


Groet,

Tony (zoals ze me hier inmiddels noemen)

14 november 2010   |   Rustdag

Rustdag, lekker luieren en aan de rand van het zwembad een boek lezen.

15 november 2010   |   Aankomst van de container

Vandaag word ik om 10.30 uur opgehaald door Father Bruno. Om 11.00 nog niets of niemand te zien. De tijdzone in Gambia is GMT (Gambia Maybe Time) dus.......nog maar even wachten. Om 11.30 uur toch maar even gebeld. Fr. Bruno is enthousiast aan de slag gegaan met de vrijgave van de container en is daardoor vergeten iemand anders te vragen mij op te halen. Ik geef aan dat ik de vrijgave van de container toch wel een stuk belangrijker vind dan mijn rit naar St. Peter’s School en zeg dat ik om 13.00 uur met de taxi naar school zal komen.

Bij aankomst op school is het stil, heel erg stil. De leerlingen hebben Tobaski vakantie (Tobaski is het feest waarbij de moslims vieren, dat Abraham bereidt was zijn zoon Isaac te offeren en dat Allah hem hiervan weerhield) en slechts hier en daar loopt een staflid met een tas of een stapeltje papieren. Ik loop naar het huis van Fr. Bruno en vraag de keukenmeid naar de priester. Wat ik eigenlijk al wist: Fr. Bruno is er niet. Ik loop naar het pomphuis en zie dat Victor ongeveer op “goothoogte” is. Dat loopt dus niet zo slecht. Verder zie ik dat er ongeveer 50 meter sleuf gegraven is. Dat ervaar ik, ondanks dat ik me op het ergste had voorbereid, toch als teleurstellend. Er moet nog zoveel gegraven worden. En.....ik had van Fr. Bruno begrepen dat ze gisteren (moslims werken ook op zondag) en vandaag zouden doorgraven. Ik loop de sleuf nog even na en rust vervolgens even uit op een liggende boomstam. Een jongen (naar later blijkt Eduard genaamd) slentert heen en weer. Als ik vraag of hij op iemand wacht knikt hij bevestigend. Hij heeft een afspraak met de “sub-principal”. We raken in gesprek. Nadat hij mij (desgevraagd) verteld heeft over het schoolsysteem in Gambia en zijn studie waarin allerlei regeringsvormen en o.a. ook de afschaffing van de slavernij aan orde komen vraagt hij waarom ik in Gambia ben. Ik wijs op de talloze sleuven op het terrein en vertel hem over het waterproject op zijn school. Vervolgens vraagt ie wat ik dan gestudeerd heb. Ik antwoord “Technics, with a lot of physics in it”. Daarmee krijgen we het over allerlei aspecten van de natuur, waaronder zonlicht, water, en waterdruk; “force”, zoals Eduard dat noemt. Leergierig als hij is vraagt ie mij “Where does this force come from?” Omdat hij het begrip aantrekkingskracht blijkbaar niet kent, wijs ik op het waterreservoir dat ongeveer 15 meter boven de compound uit torent. Ik vraag hem zijn hand op de grond te leggen en laat vervolgens een steen vanaf ongeveer 10 cm hoogte op zijn knokkels vallen. Even later laat ik de steen vanaf 30 cm hoogte op zijn hand vallen. Vol onbegrip kijkt hij me aan. Zonder iets te zeggen til ik de steen daarna naar een hoogte van 1.50 meter. Dan trekt hij snel zijn hand terug. Dat was nu precies waarop ik hoopte. Als ik vraag waarom, geeft hij lachend het perfecte antwoord op zijn eigen vraag. Intelligent ventje met veel gevoel voor humor! Jammer dat zijn ouders geen geld hebben om de wens van het 20-jarige kereltje “studying at university” in vervulling te laten gaan.


Om 15.00 uur gaan we ieder ons weegs. Fr. Bruno is er nog niet en ik vraag de keukenmeid of zij aan Fr. Bruno wil doorgeven dat ik de school bezocht heb (waarop zij mij direct heel gastvrij een lunch aanbiedt) en neem de taxi terug naar Bijilo.

Om 18.00 uur gaat de telefoon. Fr. Bruno verteld me dat het hem is gelukt de container vrij te krijgen en vraagt of ik bij het lossen aanwezig wil zijn. Natuurlijk wil ik dat! Hierop stuurt hij Saneh naar het Boabab Hotel om mij op te halen. Even later rammelen Saneh en ik in een auto met kapotte vooruit van Bijilo naar Lamin. Daar aangekomen is de container al gedeeltelijk gelost. De pallet met spullen voor het waterproject is er al uit en ik kijk nu tegen de slangen en de beregeningsbuizen aan. Ik maak vlug en paar foto’s en ga vervolgens op zoek naar de materialen voor het waterproject. Ze zijn opgeslagen in een afzonderlijk en afsluitbaar klaslokaal. Ik zie de pomp, het drukvat, de schakelkast en de dozen met verbindings- en bevestigingsmateriaal. Eén doos tref ik niet aan. Er ontbreekt een doos! Zoekend tussen rollen stof, zakken met kleding en dozen met gereedschap of speelgoed zwerf ik van lokaal naar lokaal. Ik weet het zeker. Ik had twee dozen met een blauwe viltstift gemarkeerd met de tekst “Waterproject - do not open”. Dus.....nog maar een rondje. Het is de doos met sproeiers! Ze is absoluut onvindbaar. Dan wordt het stilaan donker in het toch al donkere Afrika en...de nacht valt hier snel. Dan valt mijn oog op een groot pakket elders in de ruimte. Afplakband met een donkerblauwe tekst: de sproeiers!! Gelukkig, ze zijn er toch. Vervolgens geniet ik volop van het spektakel. De zakken met kleding worden er echt letterlijk uitgegooid, de eerste rollen slang worden naar achteren geschoven en -op mijn nadrukkelijk verzoek- laten ze die voorzichtig op de grond zakken. Ook vraag ik (uit voorzorg) om niet met de aluminium beregeningsbuizen te gooien. In een mum van tijd zijn ze allemaal uit de container. Dan volgt de rest van de slangen.


Wat daarna gebeurt levert pas echt spektakel op. De gambianen -pakweg 20 in totaal- die de container gelost hebben krijgen als tegenprestatie van Fr. Bruno klaarblijkelijk elk een zak met kleding mee naar huis. Als een zwerm bijen vliegen ze op de stapel af en in plaats van ieder één zak te nemen, worden alle zakken opengescheurd om vandaar uit een zak “kleding naar keuze” samen te stellen. Een prachtig schouwspel! Ook duiken ze op de stapel schoenen, die in de andere hoek van de ruimte ligt. Het probleem: de schoenen zijn in Nederland niet met de veters aan elkaar gebonden, dus bij een mooi en passend eerste exemplaar, moet de tweede schoen erbij gezocht worden. Allerlei maten en soorten vliegen in het rond !


Dan nodigt Fr. Bruno mij uit voor de vergadering. Het is een goede gewoonte dat, direct nadat de verscheepte containers zijn gelost, “The Gambian part of The Board” vergadert over de bestemming van de inhoud. Fr. Buno, Leo Abdulai en Fr. Joseph zitten al in de directiekamer en ik schuif -bewust enigszins aan de zijkant- aan en luister aandachtig naar hun gesprek. Wat me opvalt: enerzijds de zorgvuldigheid die bij de verdeling van de goederen wordt betracht, anderzijds de mate waarin betrokkenen “boven alle partijen” staan. Tot slot maak ik nog een foto van “The Board” en wordt door Saneh teruggebracht naar mijn hotel. Aangezien op dinsdag en woensdag door de moslims in Gambia het Tobaski feest wordt gevierd, spreken we af op donderdag om 10.30 uur.


Is het al met al toch nog een schitterende dag geworden.


Groeten uit het Baobab Hotel,

Antoon

17 november 2010   |   Een wandeling naar Bijilo

Een lekker rustige dag en ik loop even naar het strand. Bij de uitgang van Baobab Resort Hotel bedenk ik me echter en loop richting Bijilo. Langs de weg schijnt een bakkertje te zitten die, naar men zegt, overheerlijke broodjes verkoopt. Na 100 meter zit aan de rechtse kant van de weg een Gambiaan. Hij vraagt of ik hem herken: hij is de drummer in de band die wekelijks voor de gasten in Baobab optreedt. Natuurlijk herken ik hem niet, want alle Gambianen lijken voor mij erg veel op elkaar en bij een optreden in het donker zijn hun gezichten toch nauwelijks herkenbaar. Hij stelt me de gebruikelijke vragen als ”How are you”, “Where you’re from” en “Is this youre first time in The Gambia”. Even verderop nadert de afslag richting Bijilo. Eigenlijk vind ik het wel interessant om een stukje door het Gambiaans dorpje te lopen omdat ze daar vandaag het Tobaski feest vieren en….dat moet je toch gezien hebben. Als hij met me meeloopt wordt dat meteen een stukje minder beangstigend. We slaan dus rechts af en hij vertelt over wat hij me allemaal kan laten zien. De “Big Mamma”, de oudste vrouw van het dorp “with no teeth” of het slachten van een lam. In beiden ben ik niet echt geïnteresseerd en zeg in mijn beste engels: “Nee, ik wil gewoon even door het dorp slenteren. “Ok, no problem, man”. We wandelen langs een groepje mannen met een bordspel op schoot en ik maak een eerste foto. Even verderop zit een groepje kinderen te spelen en nog wat verder staan twee jonge vrouwen in echt schitterende kledij te giechelen.

Dan kijk ik een steeg in en zie aan een groep Gambiaanse vrouwen met kinderen dat in het aanpalende (appartementen)complex mensen wonen. Geïnteresseerd loop ik het steegje in en zie hoe bekrompen ze wonen. Een van de vrouwen laat me zien hoe en waar ze kookt. Er staat rijst op en daarnaast pruttelt een pot op een houtvuur. De ruimte staat vol rook want er is noch een raam, noch een schoorsteen om deze weg te laten trekken. Ik moet gewoonweg hoesten en begrijp niet hoe ze het hierbinnen uithouden. Ik maak een praatje met de vrouwen, schud de kleine kindertjes de hand, geef ze 50 Dalassi (= € 3,00) om wat rijst te kunnen kopen en we lopen, nadat ik nog een foto van mijn wandelmaat samen met een van de vrouwen heb gemaakt, weer door. Enkele kindertjes lopen in optocht met een omhooggestoken bladertak en roepen toubab, het koloniale woord voor een blanke, afgeleid van de “two babs” (toenmalige muntstukken) die ze daar destijds soms van kregen. Ook hier maak ik een foto. We komen langs een het marktplein waar lege marktkramen op kreupelpoten staan te wachten op de koopwaar. In de verte hakt een vrouw het hout. De Gambiaan vertelt over van alles (eigenlijk zeurt hij me gewoon aan de kop) maar vraagt wonderwel niet om geld. Op zich raar maar goed. Wel stelt hij even later de vraag of ik niet een klein beetje rijst voor zijn “brothers en sisters” wil kopen. Hij zegt dat (wat ik zelf ook wel kan zien) ze arm zijn en de rijst goed kunnen gebruiken. Ondanks het feit dat mijn geweten begint te knagen loop ik door; het dorp weer uit. Als ik vraag waar we naartoe lopen zegt ie “richting Senegambia” Dat is iets wat ik niet wil, dus geef ik aan dat ik naar het strand wil. Dientengevolge draaien we om.

Onder het teruglopen stelt hij dezelfde vraag nog een keer. Ik overweeg en besluit hier 300 Dalasis aan te spenderen. We lopen terug het dorp in en zeg dat ik de rijst dan wel wil kopen bij de winkelier die mij gewillig toestond een foto van zijn winkeltje te maken. Links van me staan twee kinderen onder een parasol zakjes pinda’s te verkopen; een koddig gezicht. Aangekomen bij de rijsthandel vraagt de winkelier 800 Dalasis voor een zak rijst. Dat vind ik teveel en de financiële brug is te groot om te onderhandelen naar 300 dalasis. Dan maar een halve zak. Logischerwijs kost die dus 400 Dalasis. Ruimhartig leg ik 100 Dalasis bij. Ik geeft de winkelier het geld en neem een zak van 25 kg rijst mee. Mijn wandelmaat schiet behulpzaam tegemoet en neemt de zak over. “Wait, let’s take a wheelchair, thats easier” Op zich een goed voorstel. Hij zet de zak met rijst tegen de winkel en we lopen naar de overkant van de weg en vraagt bij het eerste huis een rolstoel. Die hebben ze niet, begrijp ik. Ah…..een stukje verder staat een Marokkaan (het kan ook een Indiër geweest zijn, maar in ieder geval geen Gambiaan) met kruiwagen. Hij vraagt of we die mogen lenen en de man schudt nee. Dit wordt me te gortig! Ben ik bereid een zak rijst te schenken, maar ze helpen me niet met het vervoer ervan. Mijn wandelmaat ziet mijn irritatie en legt gezwind uit dat dit een buitenlander is van slechte komaf.

Ok …………en we lopen verder; een beetje het centrum uit. Links, rechts, links en een beetje het dorp. Op mijn vraag waar hij nog denkt een rolstoel vandaan te halen zegt ie ”At about 20 meters”. “Nou” zeg ik dan wacht ik hier wel even. Het is tenslotte zinderend heet en ik slof al zolang door het zand. Hij kuiert verder en slaat linksaf. Na tien minuten krijg ik het gevoel dat ie niet meer terugkomt. Maar waarom zou ie. De winkelier heeft mijn geld en trouwens…..eigenlijk ben ik best zelf in staat om die zak rijst bij de winkelier op te halen. Dus wacht ik niet langer en loop terug. Maar hoe? Ja…..wat nu. Op de heenweg zijn we een jongen gepasseerd die een beetje loom op een boomstam zat te zitten. Ha…ik vraag hem of hij mij naar de marktplaats brengt, want daar was het winkeltje vlakbij. Dat wil hij wel doen.

Zonder op voorhand geld te vragen gidst hij mij naar de winkelier. Onderweg bedenk ik: dan krijgt hij die zak rijst van me. Dan heeft ie op Tobaski een mooi cadeau om mee thuis te komen. Bij de winkel aangekomen staat de zak rijst nog steeds op zijn plek en pak die bij de kraag, waarop de winkelier ietwat zenuwachtig handgebaren begint te maken en wat mompelt. Als we weg willen gaan weerhoudt hij mij hiervan. Ik leg uit da tik de zak betaald heb en er dus gewoon recht op heb. Desondanks krijg ik hem niet mee. Er ontstaat commotie en daar sta je dan: moederziel alleen in het centrum van een afrikaans dorp. Een vrouw komt binnen en mengt zich in ons gesprek wat eigenlijk geen gesprek is want hij spreekt geen Engels of Frans en ik geen Gambiaans. Dan komt het dorpshoofd, althans dat zegt ie. Ik doe hem in het Engels mijn verhaal en hij spreekt daarmee vervolgens de winkelier op aan. Dan komt er een grote, gewichtige man in een lang blauw glinsterend gewaad binnen. Als je niet beter wist zou je denken dat het God (Allah) zelf was. Het wordt stil in de winkel. Hij vraagt mij in alle rust of ik Frans spreek en gezien de autoriteit die hij uitstraalt doe ik mijn verhaal graag nog een keer; ditmaal in het Frans. Ook hij went zich tot de winkelier om hem toch echt te bewegen mij die zak rijst te geven. Het Gambiaanse jongetje kijkt toe zoals kinderen in een degelijke situaties toekijken.

Dan wendt God zich tot mij en spreekt in gewichtig Frans: “Ja, inderdaad, de winkelier heeft daadwerkelijk 400 dalasis van u gekregen. Maar...even later is uw wandelmaatje teruggekomen en die heeft ze namens u weer teruggevraagd.” Zijn we er toch weer ingetuind !

Ik geef het jongetje 50 Dalasis en een behulpzame Gambiaan uit het dorp loodst mij terug naar het hotel. Daar aangekomen steek ik de weg over. Er komt een Gambiaan op me af. Ditmaal een hele grote. Zijn hoofd is kaalgeschoren, hij mist twee voortanden en zegt -echt waar- : “Hallo, ik ben de drummer van de band in het hotel”

“Ja, ik herkende je al” lieg ik zelfbewust en pertinent. Waarop ik hem strak en streng in de ogen kijk en hem overval met de vraag die spontaan bij me opkomt: “Wanneer krijg ik die 1.000 Dalasis terug, die je van me geleend hebt?” In een mum van tijd is ie verdwenen.

18 november 2010   |   Het sorteren van de materialen

Het wordt een beetje traditie. Bij aankomst op de school bekijk ik als eerste de voortgang van het pomphuis. Het metselwerk is klaar. Nu het dak nog en de deur nog. We lopen verder naar de plaats waar Sanneh de betonnen palen (die nodig zijn om de kranen tegen te bevestigen) aan het maken is. Sanneh heeft er inmiddels zes (van de zestien) klaar. Ware het niet dat Viktor er een ingepikt heeft, die hij als latei boven de deur van het pomphuis gebruikt heeft. Bij wijze van grap heeft Viktor alle palen van een tekst voorzien:


“ARTMAN / SANEH 15.11.10”


Dit heeft hij er (toen de beton nog zacht was) met zijn vingers ingeschreven. Het leuke is nu dat hierdoor diezelfde tekst nu ook boven de ingang van het pomphuis prijkt! 

Saneh is van mening dat het materiaal dat de school op voorraad heeft om het dak te maken niet goed genoeg is om een mooi pomphuis te bouwen. Hij zal daarom aan de hand van een begroting aan Fr. Bruno vragen of hij “the timber” in het dorp mag gaan kopen. Even later gaan Fr. Bruno en Sanneh naar het dorp en komen terug met een aantal vierkante palen een een tweetal metalen golfplaten. Dan wil ik graag de bijna twee kilometer lange sleuf een keertje helemaal nalopen om te kijken wat er nu wel en wat er nog niet gegraven is. In de praktijk valt alles gelukkig reuze mee. Het gedeelte over de bananenplantage is inmiddels ook helemaal gereed. Dit betekent dit dat er nog slechts ongeveer 100 meter gegraven hoeft te worden. Maar bovenal: dan kunnen we morgen starten met het uitrollen van de slangen. Yes !

Na deze rondgang kom ik een jongetje op een grote driewieler tegen. Ik stop en vraag of ik een foto van hem mag maken. Hij kijkt me zwijgend aan; of hij verstaat me niet of hij is te schuchter. Waarom de foto van het jongetje? Hij peddelt vrolijk in de rondte op één van de grote driewielers die met de container uit Nederland is meegekomen.

Op mijn voorstel alle dozen met de projectmaterialen te verhuizen van het klaslokaal naar “my office” rijden we een paar keer met de auto van Sanneh op en neer. Ik wil dit graag omdat een deel van de materialen (pomp, regelkast, drukvat etc.) toch in de directe nabijheid nodig zijn, maar vooral omdat ik dan in alle rust de dozen uit kan pakken en de materialen netjes kan ordenen. Op die manier kan het ik beste zien of alles daadwerkelijk compleet is. Dit blijkt trouwens nog een hele klus. Hierna lunchen Fr. Bruno en ik weer samen en brengt hij me terug naar het hotel.

Nu wordt het tijd om André te bellen. André is een Nederlander die hier in Gambia een eigen bedrijf heeft. Hij doet o.a. in generatoren en zonnecellen, maar slaat daarnaast ook putten. Zo heeft hij ook de put op de St. Peter’s School geslagen en in het verlengde hiervan zal hij nu ook de pomp in de put hangen en aansluiten. Naar mijn inschatting is het nu het beste moment. Het pomphuis zal deze week wel afkomen en André zal ook wel een paar dagen nodig hebben om dit werk in te plannen. Het is tenslotte een Nederlander. Ik krijg hem gelukkig direct zelf aan de lijn en we spreken af dat we a.s. maandag om 09.00 uur samen naar de St. Peter’s School rijden. Zijn bedrijfje ligt -naar nu blijkt- op slechts een steenworp van mijn hotel. Als het in mijn tijdschema past loop ik er een deze dagen even naartoe om alvast persoonlijk met hem kennis te maken. Ook wil ik hem later nog een keertje vragen of ik misschien met hem mee mag als hij weer ergens een put gaat slaan.


Lijkt me interessant om te zien en te weten hoe dat er (hier) aan toegaat.


Groet,

Antoon

19 november 2010   |   Vrijdag !

Mijn voornemen is om vandaag de slangen uit te rollen. Hier komt dus niks van in. Wat blijkt: het is vrijdag en dan werken moslims niet! Dus.......er zijn vandaag geen gravers én geen afrollers beschikbaar. Ik bedenk me suf of er een mogelijkheid is dit toch voor elkaar te krijgen. Maar...dat gaat me dus niet lukken. Viktor, Sanneh en de timmerman zijn weliswaar beschikbaar, maar die moeten met het dak en de deur van het pomphuis aan de slag. Ik wil er namelijk absoluut zeker van zijn dat dit maandag klaar is als André komt. Vrij snel accepteer ik dit gegeven en ik neem mezelf voor dit dan morgen maar te doen.

Even later loop ik met Fr. Bruno over het terrein om de exacte plaats van de twee aansluitingen voor de beregeningsinstallatie te bepalen. Een ding is op voorhand wel duidelijk: hij wil ze beiden in de bananenplantage hebben. Maar de exacte plaats moet natuurlijk wel enigszins strategisch gekozen worden, zodat ze straks zoveel mogelijk vierkante meters kunnen besproeien met zo min mogelijk sjouwwerk van pijpen en sproeiers. Tijdens de gesprekken hierover merk ik pas hoe belangrijk de beregeningsinstallatie voor hem is. Hij vraagt hoe de sproeiers werken, hoe het koppelen van de buizen in zijn werk gaat, hoe je daar dan bochten mee maakt enz. enz. Ja.....hij vraagt zelfs hoe dat dan moet als de bananenplanten twee meter hoog zijn. Hierop geef ik aan dat hij dan in de werkplaats een paar metershoge “tripods” moet laten maken waarop men de sproeiers kan bevestigen om die vervolgens met een dikke tuinslang op de uitlaat van de buizen aan te sluiten. 

Dit stelt hem gerust. Ik beloof hem dat als de waterinstallatie werkt en alle de kranen water geven, dat ik dan als eerste zal demonstreren hoe het beregenen in zijn werk gaat. Ik ben wel ontzettend benieuwd naar de reactie van alle (land)arbeiders als die straks zien dat je het in Gambia kunstmatig kunt laten regenen.


Nadat de locaties bepaald zijn lopen we de mechanische werkplaats binnen. Hier ligt een Gambiaan op de grond te lassen. Het is de deur van het pomphuis: een grote stalen deur in een frame. Ik maak een praatje en geef hem de complimenten voor zijn mooie werk. Het ziet er voor Gambiaanse begrippen echt gelikt uit. Alles mooi strak en haaks. Kom daar hier maar eens om! Ook de scharnieren heeft hij als een “kouwe smid” op het aambeeld rond geslagen. Een stukje verderop liggen de scharnierpennen al klaar. Ajjj.......het lasapparaat weigert nu. Er is iets mis. Juist ja.....geen spanning. Kan inderdaad wel kloppen. Aan de stroomkabel van het lasapparaat zit geen stekker en met zijn blote vingers priegelt hij net zolang met twee tandenstokers totdat het apparaat weer stevig staat te brommen. Op mijn vraag of hij dat niet gevaarlijk vindt zegt hij eerlijk “Yes”. Wellicht dat er in Nederland nog iemand is die van zijn lasapparaat af wil en dit met de volgende zending mee naar Gambia wil sturen, want deze man verdient echt beter.


We kuieren in alle rust over het terrein weer verder en zien dat het dakje ook al vordert. Het houten raamwerk ligt er inmiddels op. Nu de golfplaatjes nog. Met een groot slagmes en een houten knuppel worden de stalen platen op maat gesneden. Even later slaat de timmerman de laatste spijkers erin en is het dak gereed.


Ditmaal eten de priester en ik een Ghanese lunch. Wild zwijn met gestampte banaan en iets er doorheen. Het wilde zwijn is erg lekker, maar dat "er doorheen" maakt een stuk minder lekker. Althans...dat is mijn opvatting.


Groet,

Antoon

20 november 2010   |   Het uitrollen van de slang

Volledig verrast kom ik op de St. Peter’s School aan: er liggen al vier grote rollen slang naast de sleuf klaar om erin gelegd te worden. Een zevental “caretakers” (dit zijn mensen die op de school het land bewerken, de planten water geven en de varkens en de kippen verzorgen) staan klaar om aan de slag te gaan. Ik schud eerst iedereen de hand, maak even een praatje en vraag vervolgens of ze de sleuf, die op sommige plaatsen gedeeltelijk is dichtgeslibt met stuifzand, onderin weer vlak willen scheppen. Vervolgens vraag ik Saneh en Victor om samen de banden van eerste rol PVC-slang los te knippen en leg dit speciale moment op foto vast. De rol springt een beetje uit elkaar en voor ik er echt erg in heb trekken twee gambianen het ene uiteinde al door de sleuf. Dit met als gevolg dat deze in de vorm van een spiraal (met een diameter van ongeveer 3 meter) over de sleuf komt te liggen. Ja.....hoe moet ik dit nu weer uitleggen. Ik vraag of ze de rol vertikaal willen zetten en als een groot wagenwiel vooruit willen rollen. Met behulp van een reep bevestigingsmateriaal demonstreer ik het verschil tussen trekken en afwikkelen. Uiteraard gaan ze daarna graag op dit verzoek in, maar voor de betrekkelijk kleine gambiaantjes is het behoorljk lastig het grote karrewiel vertikaal te houden. Het geheel werkt enigszins op mijn lachspieren. Ondanks het feit dat Gambianen veel gevoel voor humor hebben houd ik mijn gezicht strak, omdat ik denk dat ze een lach van mijn kant op dit moment misschien niet echt weten te waarderen. In plaats daarvan steek ze de helpende hand toe en samen ontrollen we de eerste 100 meter. Dan moet de PVC-slang onder de muur door worden geschoven. Eerst wordt er gegraven om te kijken hoe diep het fundament zit, maar even later spreekt Sanneh toch zijn voorkeur uit om met een beitel een gat in de fundering te hakken. Enkele minuten later steken we de slang door het gat en wordt er aan de ene kant slang opgevoerd terwijl er aan de andere kant wordt getrokken. Dan moet er een stukje verderop weer een boomstronk weggehakt worden. Wat me telkens opvalt is dat het werk dan volledig stilvalt. Niemand die ziet dat een deel van de toekijkende mensen de volgende haspel alvast kan afrollen. De tweede haspel gaat (ondanks alle obstakels in de vorm van grote kuilen) al een stuk gemakkelijker en na het uitrollen hiervan nemen we een drinkpauze. We staan de hele tijd in open veld, de zon brand genadeloos op het rulle zand en er staat geen zuchtje wind: het is echt zinderend heet. Saneh en ik wandelen naar zijn huis (Saneh heeft naast zijn eigen huis in Sanyang ook een huisje op de compound ter beschikking) en drinken daar samen, al keuvelend, enkele glazen water. 

De lengte van de derde en de vierde rol valt ook nog gewillig in de sleuf op het open terrein. Maar dan bereiken we de bananenplantage. Bananenplanten van twee tot drie meter hoog staan als bomen in een oerwoud op het veld. Geen doorgaand pad, geen rijen, nee.....alsof ze zelf spontaan ontsproten zijn staan ze volstrekt willekeurig verdeeld. Aangezien we daar dus niet tussendoor kunnen rollen moet de volgende slang eerst op het onbeteelde gedeelte worden ontrold om deze daarna met vereende krachten door de sleuf de “jungle” in te trekken. En met de zesde idem dito. Bij elke nieuwe beweging van de slang klinkt in de verte een “heho” en bij elke “heho” schuift de slang een stukje op. Dit alles neemt wel erg veel tijd in beslag. Zeker ook om dat er soms ook wel een beetje onsamenhangend wordt gewerkt: een aantal van de caretakers heeft een GSM die geregeld afgaat, dan blijft er eentje gewoon even zitten, wat later wordt er weer eentje weggeroepen. Desondanks lukt het me uitstekend om mijn geduld te bewaren. Alhoewel…..ben toch een keertje alleen de worsteling met een rol aangegaan omdat het toen wel héél erg lang duurde. Mijn goede humeur lijdt er in ieder geval niet onder. Ik vind het prachtig om te doen. Je staat uiteindelijk toch maar mooi in het midden van Afrika in een bananenplantage met een stukje moderne beregeningstechniek bezig te zijn.


Om 14.00 uur stelt Saneh voor om te stoppen. De Gambianen zijn moe! Dus houden we het vanaf dat moment maar voor gezien. We hebben uiteindelijk toch bijna een derde deel gelegd en het moeilijkste stuk hebben we nu gehad.


Thuisgekomen spring als eerste onder de douche en drink daarna nog een glas koude cola op het terras aan de rand van het zwembad. Niet vergeten de afspraak met André nog even te bevestigen. Want net voor mijn vertrek heb ik gezien dat het pomphuis nu ook van een deur is voorzien.


Ook daarin kunnen we nu aan de slag.


Groet,

Antoon

21 november 2010   |   Bezoek van André

Vandaag naar de zaak van André gelopen en eerst onder het genot van een bakkie Senseo kennis gemaakt. We rijden samen in zijn grote Mercedes jeep naar de St. Peters’s School. Viktor is druk doende om de rest van de slangen uit te rollen. Saneh is afwezig; zijn schoonmoeder is overleden en hij is naar de begrafenis. Ik laat André het nieuwe pomphuis zien en vertel hoe ik e.e.a. in gedachten had. We zijn het er over eens dat we bij het aansluiten van het drukvat en de overdruk beveiliging zo min mogelijk appendages moeten gebruiken. Dit zijn straks de zwakke plekken van het systeem. Om de slang vanaf de bronkop dus zonder knie-verbindingen binnen te kunnen laten komen, vragen we aan Viktor om een U-bocht met een straal van 3 meter te graven. Een dikwandige PVC-slang met een diameter van 63 mm zet je uiteindelijk niet zo maar even rond. Aan de uitgaande kant doen we precies hetzelfde. Dan lopen we “my office” binnen en laat André mijn winkeltje zien. Hij is erg onder de indruk van de kwaliteit van het materiaal. We lopen samen alles even na: de lengte van de staalkabel (die de maximale diepte bepaald waarop de onderwaterpomp straks kan komen hangen), de karakteristiek van de pomp (waaruit de maximale systeemdruk af te leiden is), de overdrukschakelaar (die op zijn beurt weer net boven de systeemdruk instelbaar moet zijn), de schakelkast, het drukvat en de motorbeveiliging. We spreken af dat we vrijdag of zaterdag a.s. de pomp gaan aansluiten. In de loop van de week kan ik dan samen met Saneh de ringleiding met alle afnamepunten afmonteren. 

Even later rijdt de Mercedes-jeep in een grote stofwolk het terrein af. Nu heb ik mooi de tijd om in alle rust alvast het nodige voorwerk van de af montage te doen. Na een uurtje of drie roept Father Bruno voor de lunch. We eten rijst, varkensvlees in pindasaus met wortel en casava; papaya als nagerecht. Dit alles vergezeld met een glas guava sap.


Lekker spul trouwens, dat guava sap.


Groet,

Antoon

23 november 2010   |   De afmontage van de ring

Op school starten we nu met het afmonteren van de ring. De sleuf voor de hoofdader is nu helemaal gegraven en van slang voorzien. De korte zijstukken naar de kranen moeten weliswaar nog gegraven worden, maar ik wil de ring graag afgemonteerd en op orde hebben. Dit is de ruggegraat van het systeem en als die eenmaal goed ligt volgt de rest vanzelf. We lopen daarom alles nog een keertje na. Dat moet hier wel want de inzichten willen nog wel eens veranderen. Maar ik wil er ook absoluut zeker van zijn dat Father Bruno weet waar de kranen nu daadwerkelijk komen te staan. Het toeval wil dat heel veel kranen, soms door de definitieve opstelling slechts enkele meters te verschuiven ten opzichte van de geplande plaats, op een plek komen staan waar de slangen toch al aan elkaar gekoppeld moeten worden.

In de praktijk betekent dit dat we daar nu een T-stuk kunnen gebruiken in plaats van een koppelstuk. Blijft natuurlijk zaak om zo efficiënt mogelijk te werken. Hierdoor houden we dan een aantal koppelstukken over die we naderhand misschien nog hard nodig hebben om een eventuele fout te herstellen. Of.....mogelijk kan de school hier later -samen met de overgebleven stukken slang- nog iets mee. Net zo belangrijk is het feit dat uitgespaarde koppelstukken minder verbindingen oplevert. Want, zoals al eerder gezegd: de verbindingen zijn de zwakke plekken van het systeem.


Ook besluiten we één aansluiting voor de beregeningsinstallatie een stuk op te schuiven. Hierdoor kan dan zowel het voorterrein, zijnde het sportveld, als het eerste gedeelte van het achterterrein, zijnde de bananenplantage, besprenkeld worden. De enorme hoeveelheid meegeleverde koppelbare beregeningsbuizen (77 stuks van 6 meter) maken dit heel eenvoudig mogelijk.


Na de rondgang tellen we alle hulpstukken af en gaan Saneh, Viktor en ik met een grote doos vol materiaal voor de tweede keer rond om alles netjes af te monteren. Om 15.00 uur zijn we weer terug. Ik geef naar Fr. Bruno aan dat ik vandaag niet meelunch. Ik wil namelijk nog even langs André. Eén T-stuk is geleverd met een te kleine wartel en als André de juiste maat toevallig op voorraad zou hebben, kan ik daarmee voorkomen dat de school het met een kraan minder moet doen. Ook geef ik aan dat ik morgen niet kom. Nu de ring is afgemonteerd heeft het graafwerk voor de (dorps)kranen weer prioriteit en aangezien alle T-stukken al op hun plaats liggen is de te graven route meer dan duidelijk.


Groet,

Antoon

24 november 2010   |   The Smiling Coast

In de vroege ochtend loop ik naar André. Toen Sanneh mij daar gisteren afzette was hij niet namelijk niet op de zaak. Opnieuw word ik hartelijk ontvangen en leg hem mijn probleem uit. Welwillend pakt hij een passende wartel, ruilt die om en …probleem opgelost! We spreken kort nog enkele zaken door en hij geeft me alvast een zekeringautomaat mee voor de aansluiting die het pomphuis van spanning (3 x 400 Volt) moet voorzien. De hiertoe benodigde grondkabel heeft ie jammer genoeg niet liggen, dus daar zal de school hier zelf in moeten voorzien. Dit morgen als eerste maar even bij Sanneh aangeven, want dat zou best nog wat voeten in aarde kunnen hebben. Ook hebben we onze afspraak verzet. André is vrijdag en zaterdag te veel behept met zijn containers die uit de haven van Banjul moeten komen. In principe wordt dit nu maandag of dinsdag.

Verder ga ik vandaag lekker op het strand liggen om van mijn rustdag te genieten.


Groeten, vanaf “The Smiling Coast”,

Antoon

25 november 2010   |   Het eerste tappunt

Om 08.15 uur belt Saneh: of het uitkomt dat ie mij om 09.15 uur komt ophalen, want dan komt ie toevallig toch langs het Boabab Resort Hotel. Ik zit sta klaar om te gaan ontbijten dus dat gaat zeker lukken. Aangekomen lopen we eerst even langs de gravers. Alle zijtakken naar de veldkranen zijn al gereed en momenteel zijn ze druk bezig het ietsje langere stuk naar een van de dorpskranen open te leggen. Op de vraag van Fr. Bruno wat we vandaag gaan doen geef ik aan dat mijn voornemen is om in ieder geval één veldkraan aan te sluiten. Ik wil dit omdat ik dan ervaar of hierbij nog onvoorziene zaken naar voren komen. Saneh kan die dan alvast gaan regelen. Nou, dat blijkt zeker geen verkeerde keuze! De eerste betonpaal is al met een kruiwagen naar zijn eindbestemming gebracht. Wij halen vervolgens alle spulletjes: Saneh het montagemateriaal in de vorm van schroeven en pluggen; ik de koppelingen, tape en het hulpgereedschap. Dan begint de pantomime: Viktor heeft een generator met een boormachine van matige kwaliteit met een boortje van 6 mm. Aangezien de pluggen 10 mm zijn slingert hij de draaiende boormachine net zolang in het boorgat rond totdat de plug er uiteindelijk volledig inzit. Maar.....bij het aandraaien blijkt natuurlijk dat dat niet werkt. De plug heeft alleen achter in het boorgat wat houvast in de toch al zachte beton, maar dat is in zijn totaliteit natuurlijk absoluut onvoldoende om de grote plastic clip (die de zware slang op zijn plaats moet houden) te borgen.

Dus terug. Een andere boor halen. Komt de Gambiaan die hiervoor op pad gestuurd is met een andere boormachine aan. Weer terug. Brengt ie vervolgens een boortje van 8 mm mee. Nu blijkt dat de school niet in het bezit is van een boortje van 10 mm. Met het 8 mm boortje tobben we verder en na ongeveer twee uur klungelen in de hete zon, zitten er twee clips tegen de betonpaal. Hierop treed ik in overleg met Saneh en geef op zijn verzoek exact aan welke materialen naar mijn idee het beste geschikt zijn om e.e.a. op een deugdelijke manier te bevestigen. Hij zal die (na overleg met Fr. Bruno) morgen in Banjul gaan halen. Uiteraard inclusief een steenboor van 10 mm. Ook besluiten we om eerst alle betonpalen -zo ver als mogelijk- af te monteren in de schaduw om ze pas daarna naar hun eindbestemming te transporteren.


Terugkomen op het schoolplein nodigt Fr. Bruno mij uit voor de lunch. We eten dit keer rijst met visballetjes en spinazie. Tijdens de lunch vraag ik hem of hij al contact heeft gehad met de leraar die -naar zijn eerdere zeggen- de elektra aansluiting voor het pomphuis aan zal leggen. Dit is nog niet het geval. Met de woorden “an extra reminder” geef ik hem de zekering automaat die ik van André heb gekregen.


Dit kan nu ook niet meer misgaan.


Groet,

Antoon

26 november 2010   |   Wéér vrijdag !!

We spreken af om 10.00 uur. Saneh moet namelijk eerst naar Banjul om de spulletjes op te halen en komt me daarna bij mijn hotel oppikken. Om 10.30 uur staat hij voor de deur. Dus.....dan kunnen we dadelijk direct aan de slag. Niets blijkt minder waar! Door omstandigheden heeft hij eerst een aantal andere zaken voor Fr. Bruno moeten regelen en zal hij pas nadat hij mij opgehaald heeft boodschappen gaan doen. Dus.....we kunnen dadelijk niét direct aan de slag! We hebben geen deugdelijk bevestigingsmateriaal. Aangezien ik zonder “prullen en spullen” op de compound volstrekt overbodig ben, besluit ik om met Saneh mee naar Banjul te gaan. Ik schat namelijk in dat het kopen van een paar pakken schroeven met wat revetjes en een boortje niet zoveel tijd in beslag neemt. Nee.....weer fout. We hebben een bijzitter die voor de school sportmateriaal, printpapier en stof voor de schooluniformen moet ophalen. Dus zijn we na een rondje sightseeing (het is gewoonweg prachtig wat je onderweg allemaal ziet) om 15.00 uur terug. Even daarna vraagt de leraar die de elektriciteit in het pomphuis zal aansluiten wat ik precies van hem verwacht. Na een korte uitleg is hem alles duidelijk. Morgenavond is alles aangesloten. Ik ben benieuwd. Dan is het lunchtijd. Saneh heeft mij vanochtend uitgenodigd om de lunch vandaag samen met hem in zijn huis te gebruiken. Ik ben hier toen enthousiast op ingegaan. Dus gaan we samen naar zijn woning. We eten gebakken rijst, vis met bittere tomaten en drinken een flesje Sprite. Het smaakt me prima. Vrij snel hierop scheiden onze wegen alweer. Saneh zal me vlug naar huis brengen want hij wil daarna nog -samen met Victor- een aantal palen afmonteren. Om 17.00 uur ben ik thuis. Een erg leuke dag gehad maar buiten het gerealiseerde graafwerk zijn de projectwerkzaamheden vandaag niet echt opgeschoten.


Dan morgen maar een extra schepje er bovenop.


Groet,

Antoon

27 november 2010   |   De eerste CHV-koppeling

We rijden in alle rust het plaatsje Lamin binnen om 50 meter verder rechtsaf het schelpenpad naar de school in te rijden. Eigenlijk is het een verharde weg waarvan het bituum is afgestrooid met schelpen, maar daar is niet veel meer van over. De Nederlandse Rijkswaterstaat zou hier om de 20 meter het verkeersbord “uitholling overdwars” hebben neergezet. Hier stoort niemand zich eraan en accepteert de situatie als een voldongen feit. Chauffeurs rijden om de kuilen heen of minderen vaart (soms tot bijna stilstand) om te voorkomen dat de toch al brakke auto’s door hun as gaan. Ze kraken van linksvoor tot rechtsachter als één wiel met ingehouden snelheid weer door een grindput van 20 tot 25 cm moet. We gaan (voor de derde keer) kranen afmonteren. Viktor heeft de gaten al geboord. Dit doet het ergste vrezen. Een goeie metselaar maar een goed gevoel voor verhoudingen heeft hij van Allah jammer genoeg niet gekregen. 

Dus.....ja hoor.....de gaten zijn weer te groot. Als Fr. Bruno hier kennis van neemt zie ik aan het betrokken gezicht van hem dat al het in staccato geformuleerde Gambiaans dat ie in ijltempo over zich uitgestort krijgt geen complimenten zijn. Nou heeft ie ook wel een beetje pech. Enthousiast is hij begonnen maar de betonpalen zijn gisteren pas gestort; het beton is nog te vers om daar nu al plugkracht op uit te oefenen. We besluiten om deze betonpalen in de zon te leggen en gaan verder met de palen die het door Viktor zelf gegraveerde datumstempel 15-11-10 dragen. Om te voorkomen dat e.e.a. weer te flegmatiek wordt aangepakt, neem ik ditmaal zelf het initiatief. Ik begin met alle materialen in een -bewust- ietwat versneld tempo te ordenen bij de uitgeharde betonpalen. Verder ga ik zelf aan de slag door, nadat ik eerst de generator heb gestart, het eerste gat te boren: iets te diep want de schroeven zijn eigenlijk een halve centimeter te lang. Ik mep gezwind de plug is het gat, vraag zwijgend -als een chirurg om zijn mes- met uitgestoken hand om een clip en schroef die stevig vast. Gelukkig dient zich hierbij niets onverhoeds aan anders had in er natuurlijk mooi opgestaan ten overstaan van alle toekijkende gambianen die zodadelijk de afgemonteerde palen met een gammele kruiwagen naar hun definitieve standplaats moeten brengen. Het werkt. Sanneh neemt mijn grondhouding over, Viktor is, naar het lijkt, over zijn teleurstelling heen en binnen no-time hebben we samen vijf palen klaar. Een paar uurtjes later staan die trots, met hun voet in een vers gestort bedje beton, als een rots in de branding (= die van de zon) een kraan op te houden.

Volgende experiment. De eerste aansluiting van de regeninstallatie. Dit betreft een dikke CHV-koppeling waar straks de aluminium beregeningsbuizen met hun sprenkelsproeiers op aangesloten moeten worden. Toen ik enkele dagen terug aan Sanneh vroeg of hij een idee had hoe die te monteren, had hij geantwoord “Lets make two short pillars” Het hele circus inclusief een ‘short pillar’ verhuist vervolgens naar de bewuste locatie. Om de stabiliteit van het geheel zo stevig mogelijk te houden dient naar ons beider inzicht de PVC-slang tussen twee grote klemkoppelingen zo kort mogelijk te zijn. Met dien verstande: er moet wel voldoende ruimte tussen zitten om het geheel met een clip tegen de paal te kunnen bevestigen. Alles loopt geweldig. Meten, boren, pluggen, clips, tape, stellen, afmonteren: in een keer perfect. Nog even het gat op de juiste diepte maken en even later krijgen twee gambiaan het commando beton te halen. Hiermee wordt het gat -onder de voorwaarde dat alle klemkoppelingen bereikbaar én schoon blijven- zorgvuldig afgevuld met stampbeton. Als die uitgehard is zullen we het geheel omkaderen in de vorm van een betonnen put. Ik kijk Sanneh aan en zonder te spreken weten we van elkaar dat we beiden tevreden zijn. Die staat!

Ergens tijdens de montage van de aansluiting voor de regeninstallatie zegt een Gambiaan zuchtend tegen me “I’m tired”, waarop ik direct reply met “Then sit down to rest”. “For how long” vraagt hij mij echt bloedserieus, een beetje als (vergeef me de uitdrukking) een slaaf aan zijn meester. “One day” grap ik terug. Hij kijkt me, volstrekt logisch natuurlijk, onbegrijpend aan. “Two days” maak ik er van. Nu weet hij helemaal niet meer hoe hij het heeft. “Five days!?” zeg ik met gespeelde verbazing om uiteindelijk de monoloog van mijn kant uit af te ronden met een alles overtreffend “Seven days”. Nu weet hij absoluut niet meer wat hij aan me heeft of wat hij hiermee aan moet en dat was natuurlijk nou juist mijn bedoeling. Een minuut later -het kunnen d´r ook twee geweest zijn- steekt hij mij spontaan de helpende hand toe door een schoevedraaier aan te geven. “Oh no, no” zeg ik “You, do sit down and rest” Hij lacht als een boer met kiespijn, vooral ook omdat zes andere Gambianen het uitbrullen van het lachen. Plezier maken kun je wel met ze, die Gambianen. 

Voldaan drinken Saneh en ik in zijn huisje nog een glas koud water. Saneh ontdoet zich van zijn werkplunje en steekt zich in een prachtig pak. Het is voor hem tenslotte morgen ook zondag. Hij is weliswaar een Moslim maar houdt er desondanks een christelijke levensstijl op na. Hij werkt niet op zondag en gaat dan samen met zijn (ene) vrouw en zijn vier kinderen naar de kerk. Hij leeft als een Christen. Omdat hij op vrij jonge leeftijd zijn ouders heeft verloren, is hij onder de hoede genomen en opgevoed door Father Murphy, een Ierse priester die in de jaren ’70 van de vorige eeuw vanuit Tanzania naar Gambia is gekomen. Nu valt bij mij het kwartje: dit is dus de reden waarom hij zo Europees denkt en werkt; waarom wij elkaar zo goed begrijpen; waarom hij -in tegenstelling tot alle anderen- wél ‘vooruit kan denken’ Hij is opgevoed met de lijfspreuk van Farther Murphy die Saneh, altijd lichtelijk stotterend, nog een keertje herhaalt: “Your head is for thinking, not for wearing a cap”.

Voor we vertrekken loop ik nog even langs het pomphuis om te zien of Dominique, de luidsprekende Gambiaanse leraar met heel veel praatjes, de elektriciteitsaansluiting gereed heeft. Dat was uiteindelijk toegezegd. Precies zoals ik hem had ingeschat: veel praatjes, geen gevulde gaatjes. Dit dan in de vorm van een stel afgemonteerde kabelzadeltjes over een strakke PVC-pijp. Er is zelfs niet te zien dat ie bezig is geweest. Dit terwijl ik hem de elektriciteitskabel vanochtend toch persoonlijk in zijn handen heb gedrukt. Hij zal vandaag zijn gedachten wel teveel gefocust hebben op de four-wheel-drive jeep die ik voor hem de volgende keer uit Nederland mee moet brengen. Drie keer raden of die er gaat komen.

Ik vaag Saneh of hij mij af wil zetten bij André. Ik wil namelijk met hem afstemmen of we nu maandag óf dinsdag de pomp in de put gaan hangen. Nadat ik Saneh een fijne zondag heb toegewenst loop ik langs een meterslange container de werkplaats in. De container is tot de nok toe gevuld met PVC-buizen. Een stuk of twaalf Gambianen lopen kris kras door elkaar met ieder één pijp op de schouder. Net een ringsteekspel. Nee, het ís een ringsteekspel. Telkens als een Gambiaan met een pijp de ene kant op loopt is er altijd wel een die van de andere kant terugkomt en een pijp in zijn oog krijgt. Althans.....zo erg is het nou ook weer niet, maar één op de tien keer is het gegarandeerd raak. En.....er liggen nog heel erg veel pijpen in de container! Ook André en zijn vrouw moeten hartelijk lachen om dit middeleeuwse schouwspel. Zelfs de blauwe plastic afsluitdoppen (die moeten voorkomen dat de pijpen van binnen vuil worden) vliegen in het rond.


We spreken af: maandag om 08.30 uur. We zullen dan eerst samen wat materiaal verzamelen om daarna dan met twee 4x4 jeeps op expeditie te gaan naar St. Peter’s.


Ik zie er naar uit.


Groeten,

Antoon

29 november 2010   |   Water !!!

Om precies 08.30 sta ik bij André op de stoep. Hij rijdt net weg. Als hij me ziet legt hij uit waarom: zijn vrouw heeft zichzelf opgesloten in de slaapkamer en hij moet haar eerst even gaan bevrijden. Een half uur later is hij terug. In zijn loods verzamelen we een aantal materialen die we ongetwijfeld nodig zullen hebben: een grote gereedschap kist, een meetlint met vochtigheidssensor (om de hoogte van het water in de put -voor en tijdens het pompen- te kunnen bepalen), een accuboormachine, mantelpijp (voor de nog aan te leggen elektriciteitskabel), vier draadeinden (om de regelkast stevig tegen de muur van het pomphuis te bevestigen), twee grote buizentangen (om de koperen wartels van de pomp en de bronkop aan te kunnen draaien) en…op mijn advies gaat ook een grote doos pluggen en schroeven mee. Op school aangekomen gaat André meteen aan de slag. 

Terwijl hij de tijdelijke pomp verwijdert, voer ik de te monteren materialen aan. Hierop bevestigen we ongeveer 40 meter dikke slang aan de pomp en zetten de flexibele voedingskabel en de staalkabel die straks het hele gewicht van de pomp moet dragen, samen met tie-wraps vast. We bevestigen het uiteinde van de staalkabel aan de deur van een in de buurt staande container. Mocht de 28 kg zware pomp ons bij het neerlaten uit handen glippen, dan voorkomen we hiermee dat die onderin de put belandt. Dan gaat de pomp de put in. Als de pomp hangt sluiten we die met een kroonsteentje even aan op netspanning zijnde 3 x 400V. André meet nu het waterniveau in de put. Het water staat op 16 meter onder het maaiveld. Dan gaat de hoofschakelaar om en.....er spuit een lange, dikke straal water in de vorm van een mooie parabool de pijp uit. Terwijl ik hiervan een foto maak meet André het waterniveau opnieuw: door het pompen is het water gezakt en staat nu op 20 meter. Hierop besluiten we de pomp op een diepte van 30 meter te hangen. De overlengte van de PVC-buis wordt verwijderd, de staalkabel wordt door het vooraf geboorde gaatje in de bronkop gevoerd, op lengte gemaakt en afgemonteerd met een mooie lus. Zo kan de pomp nergens meer naartoe: enerzijds omdat we de 63 mm dikke slang echt muur- en muurvast hebben gezet, anderzijds omdat deze nu met de staalkabel stevig aan de bronkop hangt. Hierop monteren we de bronkop af en sluiten die aan op het systeem.

Dominique, door Father Bruno op het matje geroepen omdat de elektriciteitsaansluiting niet gereed is, staat desondanks weer te luidspreken. Begrijpelijkerwijs irriteert dit André enigszins; de aansluiting had per definitie al lang klaar moeten zijn en nu moeten wij.....zoals zo vaak....juist ja.....wéér op Gambia wachten. Dat is jammer genoeg een beetje typisch voor dit land (of misschien wel voor het hele continent).

Even later komt Dominique, drijfnat van het zweet, uit het kleine elektriciteitshokje gekropen. We zweten allemaal; ook mijn T-shirt is zowel voor als achter drijfnat. Het was vanochtend bij vertrek -zeg maar rond half tien- al 30 graden Celsius. Het zijn er inmiddels 42. Met de hoge relatieve vochtigheid van dit moment zijn de omstandigheden voor een Europeaan hier bijna ondraaglijk. Ik vraag aan Lena een paar flessen ijskoud water, geef er een aan André en nadat ik zelf een slok uit de andere heb genomen geef ik die aan de Gambianen.


Nu kan de (af)montage van de regelkast een aanvang nemen. De elektriciteitskabel en de aansluitkabel van de pomp worden netjes in kabelschoentjes gestoken en onder de hiervoor bedoelde klemmetjes gezet; plug and play; hoofdschakelaar om, pompschakelaar op ‘handmatig’, drukknop in en..........opnieuw spuit de pomp een krachtige straal koel helder water over het rode stuifzand.


Al met al blijkt het dan toch alweer 14.00 uur. Het moment waarop André aangeeft te willen stoppen. Ik geef naar Fr. Bruno en Saneh, die -schitterend in het pak- net terugkomt van de rechtbank, aan dat ik niet mee lunch en gemakshalve met André mee terugrijd. Saneh is aangeklaagd, omdat hij met zijn auto obstructie zou hebben gepleegd toen president Sheikh Professor Alhaji Dr. Yahya Abdul-Azziz Jemus Junkung Jammeh in zijn limousine van het vliegveld naar zijn huis werd gereden. Hij is niet veroordeeld maar ook niet vrijgesproken; de zitting is voor de vierde keer verdaagd. 

Dan geef ik de volgorde op van de nog uit te voeren werkzaamheden. Hierop verrast Fr. Bruno mij volledig. Het dorp is een paar dagen geleden aangesloten op het waterleidingnet van de overheid. Hierdoor kunnen de ‘village taps’ komen te vervallen. Zoals ik al zei: de inzichten veranderen hier met de dag. Omdat ik het zonde vind van al het graafwerk maar ook omdat de T-stukken voor deze kranen al in de ring zijn gemonteerd, stel ik voor de ‘village taps’ niet -zoals beoogd- aan de dorpszijde tegen de muur te monteren maar aan de zijde van de St. Peter’s School. Alles blijft dan hetzelfde en op de percelen grond die straks ter beschikking worden gesteld aan de vrouwen uit het dorp staan dan aan weerszijde kranen.

Fr. Bruno wil toch graag nog een extra kraan in de ring. Het blijft uiteindelijk zijn project dus dring ik niet verder aan. Vooral ook omdat de bewuste kraan in het achtertuintje van Saneh komt te staan en als iemand dit verdient heeft dan is hij het wel. Misschien dat Father Bruno daar ook zo over dacht, maar dit niet (in zijn aanwezigheid) heeft willen uitspreken. Dus besluiten we om inderdaad één kraan tegen de binnenzijde van de afscheidingsmuur te monteren en de andere alsnog ‘in de ring’ op te nemen. Ik hijs me zwaar vermoeid in de hoge jeep van André. Gelukkig staan aan weerzijden de ramen wagenwijd open dus dat geeft verfrissing. Ik hijg het uit. Onderweg vraag ik hem hoe hij het vond gaan. Eerlijk verteld hij dat hij had gehoopt het werk vandaag af te kunnen ronden. Op mijn vraag of we morgen de zaak samen verder afwerken kijkt hij een beetje bedenkelijk. Hij geeft er de voorkeur aan om eerst op zijn bedrijf weer orde op zaken te stellen en we spreken derhalve af op woensdag om 08.30 uur. Dit stelt ons dan weer mooi in staat om morgen op de St. Peter’s School eveneens wat orde op zaken te stellen.


Er is nog genoeg te doen.


Groet,

Antoon

30 november 2010   |   De voorraadtank

Om 09.30 uur komt Saneh mij ophalen. Bij volslagen verrassing staan zowel Father Bruno als Saneh samen voor de deur. Ik stap in, schud handen en voor ik kan vragen wat er aan de hand is rijden we al richting Kololi. “We have do do some shopping” zegt Fr. Bruno. Een stukje verder gaan we linksaf en rijden Senegambia binnen. Op het moment dat Father Bruno het witte bankgebouw binnenstapt zegt Saneh “I want you to know” en met oren op steeltjes luister ik naar de stem waar altijd een lichte hakkeling in te bespeuren is. “We changed the system” gaat hij verder. Verslagen val ik terug in de achterbank. Nee he, toch niet weer! Op mijn vraag wat ze dan veranderd hebben zegt Saneh ”Don’t aks, I’ll explain later”. We doen ons ding en rijden terug naar school. Als eerste wil ik nu natuurlijk weer een rondje lopen om te zien welke (vervelende) consequenties de gemaakte wijzigingen hebben. In het begin is alles nog hetzelfde. De eerste wijziging blijkt de laatste ‘schooltap’ te zijn (die we aan de binnenzijde van de muur zouden monteren) die nu eveneens in de ring is opgenomen. Dit heeft gelukkig geen gevolgen. Bij de tweede, die verder ook geen ernstige consequenties heeft, zie ik hoeveel extra werk ze ermee gehad hebben. Ik neem mijn pet van mijn hoofd en vraag aan Saneh “What’s this”. Hij schiet in een lach die spontaan overgaat in bulderen. Echt.....hij schatert het uit, hij geniet volop en slaat zelfs met zijn handen op zijn dijen. Ik blijf in een lichte verwarring achter. Op mijn vraag waarom hij zo’n plezier heeft zegt ie: “Youre head is for thinking, not for wearing a cap”. Hiermee slaat hij de spijker radicaal op zijn kop. Dit is precies wat ik wilde uitleggen; dit is exact wat ik hem voor wilde houden: als er in Gambia even wat langer was nagedacht, was al dit extra werk niet nodig geweest. Ook hij -ik denk als enige hier- begrijpt dat. We geven elkaar een 'high five' en lopen samen verder.

Bij terugkeer is in de directe nabijheid van de put een groot gat gegraven en hierdoor is het dikke aanvoerkanaal van de voorraadtank (met een inhoud van 24.000 liter) vrij komen liggen. Om het voorraadvat te vullen vanuit het nieuwe systeem moet hierin een T-stuk geplaatst worden. Met vereende krachten zit dit karweitje er zo op en Viktor is al bezig om een put om de eveneens geplaatste afsluiter te metselen. Ik schakel de pomp in en hoor het water gaan. Prima. Maar dan.....ik weet niet waarom, echt niet, maar op een of andere manier wil ik graag zien dat er daadwerkelijk een enorme hoeveelheid water de tank inkolkt. Ik klim de metershoge geveltrap op die reikt tot de rand van het basin. De eerste keer dat ik dat deed om een foto te maken vond ik dat nog wat beangstigend maar nu trippel-trappel ik zelfverzekerd naar boven. Ik til het grote deksel op en.....inderdaad.....er stroomt water in de tank. Een heel klein straaltje plenst met een lichte echo op de droge bodem van de holle tank. Dit kan niet! De pomp doet 14 kuub per uur. Dus het water moet er echt oorverdovend instorten. Ik roep naar beneden dat er iets niet goed is, maar dat wordt enigszins weggewoven. Nee, de 'caretakers' zijn de bananen water aan het geven. Nee, de school is volop in bedrijf. Eigenwijs weiger ik dit te accepteren. Dit kan nooit zo’n groot verschil maken. Dan vraagt Sanneh om samen even boven te gaan kijken. Alhoewel ik dat ‘samen’ niet echt begrijp (of hij zou mij boven iets moeten willen vertellen wat niet voor de oortjes op het maaiveld bestemd is) klim ik voor hem uit, nogmaals de 10 meter hoge toren in. Ik doe grote klep weer open en laat hem zien wat ik bedoel. Nu is ook hij overtuigd. Er klopt echt iets niet. 

Beneden staat verder ook iedereen radeloos om elkaar heen. Op mijn voorstel de aanvoerleiding -beginnend aan de tankzijde- maar vrij te graven om te zien waar die dan echt ligt, gaat er ergens een lampje branden. We hebben de verkeerde leiding! Waar deze dan wel voor is weet niemand, maar.....we moeten ‘die andere’ hebben. Nu liggen er vier dus wil ik ditmaal wel écht zeker weten dat we de goeie hebben. Ik laat de leiding gedeeltelijk vrijgraven en zie dat deze het in alle redelijkheid wél zou kunnen zijn. We verzetten het T-stuk, Viktor breekt zijn put weer af en na het inschakelen van de pomp hoor je nu het water boven met grof geweld de bak in klateren. Ter bevestiging hiervan -maar vooral om te zien met welk enorm geweld het water de tank ingaat- bestijg ik voor de derde keer de klimtrap. Een machtig mooi gezicht. Even later staat Sanneh (nu alleen) boven op de tank en geeft twee ‘dikke duimen’ naar beneden. Zo.....nu eerst een glas koud water. 

We spreken af dat Saneh en Viktor samen de tweede aansluiting voor de beregeningsinstallatie in beton gaan zetten en Fr. Bruno en ik schuiven aan voor de lunch. We eten rijst met vis en drinken een glas appelsap. Ik laat me bij het hotel afzetten en loop vanaf hier het kleine stukje door naar André. De regelkast in het pomphuis is de dag ervoor zorgvuldig afgesloten en het sleuteltje heb ik nergens meer kunnen vinden. Misschien dat hij dat per ongeluk in zijn zak heeft gestoken. Ook is het heel wel mogelijk dat ie het kastje bewust heeft vergrendeld en het sleuteltje weloverwogen heeft meegenomen. Geen van beiden is het geval. Ik krijg van André een nieuwe. Terwijl hij me de grote stalen sleutel overhandigt zegt ie dat onze afspraak voor woensdag door omstandigheden niet door kan gaan; dit wordt donderdag. We keuvelen hierop nog wat na, André gaat weer aan de slag en ik loop terug naar mijn hotelkamer.


Bij het omkleden valt het vermiste sleuteltje uit mijn eigen broekzak.


Wat een dag !


Groeten,

Antoon

1 december 2010   |   De afbouw

Om 09.00 uur zit ik al klaar aan een tafeltje aan de voorkant van het hotel. Hier is het heerlijk toeven. Je zit er in de ochtenduren in de schaduw, er waait altijd een fris windje en je kunt er genieten van alles wat over de weg voorbij komt. Grote vrachtwagens vol zand waar bovenop dan de ook de laad- en losploeg van soms wel 15 Gambianen is gezeten; ze razen met wapperende T-shirts door de wind. Ezelskarretjes die overladen zijn met grote takkenbossen wortelhout. Vrouwen met grote wasmanden op het hoofd. Slenterende Gambianen met een dikke ijsmuts op, die uitzien naar toeristen die te verleiden zijn tot het afstaan van wat geld. Taxi’s die met de achteras bijna over de grond gaan. Oude auto’s die hoestend en proestend een dikke zwarte walm uitlaten; het is net een rijdend autokerkhof. Een fietsend echtpaar dat met volle bepakking voorbij trapt; dat moeten wel Nederlanders zijn. Je kunt het zo gek niet bedenken of het komt wel voorbij. Zo wordt het half tien; het tijdstip van onze afspraak. Maar zo wordt het ook tien uur. Even later is het half elf.

 Gelukkig is mijn geduld hier al zo vaak op de proef gesteld dat mijn gemoedstoestand hier niet (meer) onder lijdt. Ik had er vandaag echt zin in en dat is nog steeds zo. Om 10.45 uur komt Saneh aangelopen. Ik had hem in eerste instantie niet gezien; hij staat gewoon ineens voor me. Hij is met de taxi. Wat blijkt: zijn auto is door de as gegaan. Althans, het linker wiel is afgebroken. Ja, hij moet natuurlijk wel elke dag meerdere keren over dat bewuste schelpenpad, dus ik ben eigenlijk helemaal niet verrast. We houden een nieuwe taxi aan en Saneh brabbelt iets in het Gambiaans tegen de chauffeur. Onderweg praten we uitgebreid verder over (de reparatie van) zijn defecte auto. Bij de school ontstaat weer een brabbelgesprek, waarop Saneh de chauffeur een opgerold briefje van 100 Dalasis geeft. Gefascineerd door het oprollen van het briefje vraag ik naar de inhoud van het gesprek. Saneh legt uit: de chauffeur sprak Engels en had ons relaas op de achterbank gevolgd. Om hem als ‘brother’ collegiale hulp te bieden was de rit nu gratis, maar.....het stond hem uiteraard wel vrij iets te geven.

In het pomphuis starten we met de afbouw van de installatie. Het betreft de drukmeter, de overdrukschakelaar en het drukvat. In alle rust monteren we alles netjes af en na een uurtje of drie zijn we klaar. Dan roept Lena mij voor de lunch. Father Bruno is er vandaag niet dus ik schuif alleen aan. Ik eet rijst, wild zwijn met ui, kerrie en Ierse aardappelen. Heerlijk !


Morgen samen met André de druk nog even afstellen en dan zijn we klaar.


Groeten,

Antoon

2 december 2010   |   Het water spuit !

Om 08.15 uur -iets te vroeg- meld ik mezelf bij André. We drinken eerst samen een kopje koffie en kletsen wat over de ontstaansgeschiedenis van zijn bedrijf. Hij is 12½ geleden als elektricien met een container auto-onderdelen uit Nederland vertrokken om die in Gambia aan de man te brengen. Later is hij hier tweedehands auto’s gaan verkopen, maar toen deze markt zichzelf kapot geconcurreerd had, is hij overgegaan op het boren van waterputten. Dit doet hij inmiddels al weer 5 jaar en zijn superschroef draait op dit moment ongeveer vijftig keer per jaar de grond in. Velen van deze boringen komen (net als de onze) voort uit sponsorprojecten vanuit Nederland. Nadat hij wat problemen met zijn printer heeft opgelost, rijden we samen voor de derde keer naar St. Peter’s. We sluiten de overdrukbeveiliging aan op de regelkast en lopen hierna samen het rondje van 2 kilometer langs alle afnamepunten. Alle kranen worden één voor één even opengezet om het systeem te ontluchten. Daarna worden alle kranen successievelijk weer gesloten zodat het systeem op druk kan komen. Onderweg komen de ‘caretakers’ spontaan naar me toegelopen; ze juichen me van afstand al toe. We schudden vervolgens handen en ze bedanken me. Ze vinden het geweldig dat alle kranen een dikke straal water geven. Bij een stromende waterkraan proberen we elkaar nat te spuiten. Als dit niet echt goed lukt gris ik de ijsmuts van mister ‘I’m tired’ van het hoofd, houd die omgekeerd onder de kraan en probeer die -onder al dan niet gespeeld protest van zijn kant- vol water te laten lopen. Het feit dat juist hij er nu weer aan moet geloven werkt natuurlijk op de lachspieren van zijn collega’s. 

Als het systeem op druk is zetten we de kraan naar de voorraadtank open om te zien of de pomp (op onderdruk) inschakelt en na het sluiten ervan ook (op overdruk) weer netjes uitschakelt. Alles werkt perfect !! Hierop neem ik afscheid van André. Ik bedank hem voor de geleverde ondersteuning en de prettige samenwerking. Even later rijdt de grote, grijze jeep van het terrein af. 

Nu komt de apotheose: de sprinkel-sprenkel-sproeiers. Een aantal beregeningsbuizen wordt samen met enkele bochten, een afsluitstuk en vijf sproeiers de bananenplantage ingedragen. We leggen de buizen netjes uit, koppelen die vervolgens aan elkaar, plaatsen de sproeiers erop en dan.....dan komt het ultieme moment: ik draai de kraan open. Het resultaat is echt fantastisch. Vijf sproeiers cirkelen al water gevend in de rondte en beregenen bananenplanten op de droge Afrikaanse grond. Precies het plaatje dat ik voor ogen had voordat ik vertrok. Schitterend !


Na de lunch (gebakken rijst, vis, spinazie, appelsap) spreek ik met Fr. Bruno, Saneh en Viktor af dat ik aanstaande dinsdag nog even terugkom om afscheid te nemen.


Voor ik vertrek loop ik in gedachten alles nog een keertje na: geen lekkages, alle kranen geven een stevige straal water, de voorraadtank is in no-time gevuld en ook de beregeningsinstallatie werkt prima.


Morgen kan de sleuf dus dicht.


Groet,

Antoon

7 december 2010   |   Het afscheid

’s Morgens bel ik Fr. Bruno op om een afspraak te maken: om 13.00 uur word ik opgehaald. Iets later -en daar is het “Brabants kwartiertje” echt niets bij- rijdt hij voor. Op school aangekomen starten we met de lunch. Samen met een Senegalese zuster eten we rijst met vis. Daarna loop ik als eerste nog even langs het pomphuis om te zien of alles nog in orde is. Natuurlijk is dat zo, maar je wil het gewoon even zeker weten. De sleuven liggen nog wel allemaal open. Dit komt omdat Fr. Bruno de ‘caretakers’ bewust een paar dagen rust heeft gegund. Maar....dit heeft ongetwijfeld ook iets met Gambiaanse lankmoedigheid te maken. Het geheel maakt hierdoor nog steeds een beetje een slordige indruk. Dan lopen we naar Viktor. Ik schud hem stevig de hand, bedank hem voor de prettige samenwerking en ben hem verbaal erkentelijk voor het mooie afscheidscadeau dat hij aan mij gegeven heeft. Een paar dagen geleden heeft hij mij één van zijn doeken cadeau gedaan. Onder het pseudoniem “Artman Mandika” schildert hij dieren, vogels, landschappen en prachtige Afrikaanse vergezichten. Ik mocht er eentje uitzoeken. De keuze viel me niet moeilijk: een Afrikaans panorama met met twee opvliegende witte reigers.  

Afscheid nemen van Saneh kan nog niet. Hij is nog niet terug van de eerder verdaagde rechtzitting. Maar.....een telefoontje van Fr. Bruno leert dat hij elk moment op de klep kan vallen. Hij is al op de terugweg en rijdt net het plaatsje Latrikunda uit; over 20 minuten moet hij er zijn. De eerste vraag aan Sanneh is natuurlijk of hij veroordeeld is. Nee.....gelukkig niet. Dan de tweede vraag: Vrijgesproken? Nee, ook niet.....de zitting is weer verdaagd. We schudden elkaar stevig en langdurig de hand, terwijl Fr. Bruno op mijn verzoek -net als bij het afscheid van Viktor- een plaatje schiet.

Hierop word ik met de woorden “We have a presentation” (dat is toch echt wat ik tot tweemaal toe hoor) door Father Bruno uitgenodigd om voor zijn directiekamer op het groene gras te poseren. Verbaasd vraag ik me af wat er nu te gebeuren staat: Presentation? Sanneh en Viktor schuiven samen met de onderdirecteur van de school bij. Onder het handen schudden overhandigt Viktor mij -terwijl er een foto van ons wordt gemaakt- twee Afrikaanse overhemden. Eén lichtkleurig, geborduurd met korte mouw en een donkerbruin in de vorm van een soort kraagloos ‘werkjasje’; er zitten namelijk twee zakken op gestikt. Ik vind ze echt heel erg mooi en ontroerd bedank ik de gulle gevers. Hij moet natuurlijk "a present" bedoeld hebben. 

Dan volgt het echte afscheid. Ik stap in de gereedstaande auto, zwaai nog een laatste keer en we -Saneh en ik- rijden van de compound af. Onderweg is het stil in de auto, erg stil. Alsof we beiden weten dat de we elkaar hierna nooit meer zullen ontmoeten. 

Bij het Baobab Hotel nodig ik Sanneh uit voor een drankje. We borrelen (hij een Cola en ik een Fanta) nog even lekker door en bied hem daarna (om ca. 19.00 uur) een diner aan. We eten, praten, drinken, luisteren, lachen en keuvelen. Natuurlijk over het project. Het vele graafwerk, de eerste spuit water, de kraan bij de primary school, de verkeerde aansluiting van het voorraadvat, het storten van de betonpalen, de problematiek van de pluggen en schroeven, de sprinkel-sprenkel-sproeiers en.....waarom die sleuven eigenlijk nog steeds niet dicht zijn. 

Om 21.00 uur neem ik voor de allerlaatste keer afscheid. Ik druk mijn maatje nogmaals stevig de hand, geef hem een extra ‘dikke duim’ en na een dubbele klap met de vlakke hand op de achterklep van zijn toch al gammele auto ronkt hij -zwaaiend- weg. Mij alleen achterlatend. 


Alléén..........maar niet eenzaam.

Ik heb een schitterende tijd gehad.


Groet,

Antoon

Foto

Het uitrollen van de slang   |   Saneh met zijn caretakers 

Het hele fotoalbum bekijken? Klik op THE GAMBIA EXPERIENCE

Video

Gambia   |   Because we really care

Gambia   |   Because we really care


Meehelpen in Gambia? Laat je inspireren !!


GPS - Track

De route van Banjul naar Georgetown bekijken met Google Earth?

De 4 x 4 overland-route zelf rijden met de GPS?

bottom of page